Andere Nederlandstalig college

Afstand van geding vóór de terechtzitting leidt niet automatisch tot verlaging van de rechtsplegingsvergoeding — de criteria voor afwijking van het basisbedrag zijn limitatief

Arrest nr. 263658 · 20 juni 2025 · XIVe kamer

De Raad van State verleent akte van de afstand van geding in een vordering tegen de niet-selectie voor een raamovereenkomst voor cateringdiensten in crematoria, en kent het basisbedrag van de rechtsplegingsvergoeding toe aan de verwerende partij — omdat het tijdstip van de afstand geen wettelijk criterium is om af te wijken van het basisbedrag en de verwerende partij al een inhoudelijke nota had ingediend.

Wat gebeurde er?

Het intergemeentelijk samenwerkingsverband Pontes nam op 22 mei 2025 een beslissing tot niet-plaatsing van een overheidsopdracht voor diensten: een raamovereenkomst met meerdere deelnemers voor de levering van cateringdiensten in de crematoria van Antwerpen en Turnhout. NV G. werd niet geselecteerd. De Raad herkwalificeerde het voorwerp van de vordering: hoewel de verzoekende partij sprak van 'uitsluiting en gunning', ging het in werkelijkheid om een niet-plaatsingsbeslissing met daaraan gekoppeld een niet-selectiebeslissing. De verwerende partij had dit ook zo begrepen. NV G. vorderde op 2 juni 2025 de schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid. Bij beschikking van 4 juni 2025 werd de procedurekalender vastgesteld en de zaak bepaald op de terechtzitting van 18 juni 2025. De verwerende partij diende een nota en een administratief dossier in die op alle punten van de vordering ingingen. Per brief van 13 juni 2025 deed de verzoekende partij afstand van het geding. Over de kosten rees een geschil. De verzoekende partij vroeg de rechtsplegingsvergoeding te beperken tot het minimumbedrag van 140 euro, omdat de afstand vóór de terechtzitting was gedaan. De verwerende partij vorderde het basisbedrag van 770 euro. De Raad verwierp het verzoek tot verlaging. Artikel 30/1, §2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State somt de criteria voor afwijking van het basisbedrag limitatief op: de financiële draagkracht van de in het ongelijk gestelde partij, de complexiteit van de zaak, en de kennelijk onredelijke aard van de situatie. Het tijdstip van de afstand valt daar niet onder. De verwerende partij had al een inhoudelijke nota ingediend en kon aanspraak maken op het basisbedrag. De kosten — een rolrecht van 200 euro, een bijdrage van 26 euro en een rechtsplegingsvergoeding van 770 euro — werden ten laste gelegd van de verzoekende partij.

Waarom doet dit ertoe?

Dit arrest verduidelijkt dat de Raad van State de rechtsplegingsvergoeding bij afstand van geding niet automatisch verlaagt tot het minimumbedrag, ook al wordt de afstand vóór de terechtzitting gedaan. De drie criteria voor afwijking van het basisbedrag zijn limitatief opgesomd in de wet: financiële draagkracht, complexiteit en kennelijk onredelijke aard. Het tijdstip van de afstand is geen wettelijk criterium.

De les

Als je afstand doet van het geding, reken er niet op dat de rechtsplegingsvergoeding automatisch wordt verlaagd omdat je dat vóór de zitting deed. De Raad wijkt alleen af van het basisbedrag op grond van drie limitatieve wettelijke criteria — en het tijdstip van de afstand is daar geen van.

Stel jezelf de vraag

Heb ik bij mijn beslissing om een vordering in te stellen rekening gehouden met het risico dat ik bij afstand het basisbedrag van de rechtsplegingsvergoeding verschuldigd zal zijn — ongeacht het tijdstip van de afstand?

Over deze databank

De Raad van State is het hoogste administratieve rechtscollege in België. Bij geschillen over overheidsopdrachten — van de gunning van een contract tot de uitsluiting van een inschrijver — is het de Raad van State die in laatste instantie oordeelt. De arresten in deze databank zijn door TenderWolf samengevat in begrijpelijke taal, met concrete lessen voor inschrijvers en aanbestedende overheden. Bekijk alle arresten →