De aanbesteder trekt de gunning zelf in na je schorsing — je annulatieberoep wordt verworpen, maar je int wel de rechtsplegingsvergoeding
De Raad van State heft de UDN-schorsing van 24 januari 2025 op, verklaart het annulatieberoep zonder voorwerp en verwijst de Vlaamse Gemeenschap in de kosten (€1.372 aan de verzoeker + €150 aan de tussenkomende partij) omdat de aanbesteder na de schorsing zijn eigen gunningsbeslissing heeft ingetrokken.
Wat gebeurde er?
De Vlaamse Gemeenschap gunde op 5 december 2024 de opdracht 'Makelaarsopdracht pooling verzekeringen van de entiteiten van de Vlaamse overheid' aan NV A. (de tussenkomende partij, verdedigd door advocaten Marie-Mathilde Vermeyen en Neil Braeckevelt van het Brugse kantoor Equal Partners). NV V. (de niet-gekozen makelaar, verdedigd door Peter Teerlinck en Louise Galot) vocht die beslissing aan in twee stappen. Eerst diende zij een vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid in; bij arrest nr. 262.128 van 24 januari 2025 willigde de Raad die schorsing in en aanvaardde hij ook de tussenkomst van NV A. Nog geen week later, op 31 januari 2025, stelde NV V. binnen de termijn het annulatieberoep in. De Vlaamse Gemeenschap reageerde snel: op 7 februari 2025 trok zij de bestreden gunningsbeslissing expliciet in. Die intrekking maakte het annulatieberoep materieel zinloos — een ingetrokken akte kan immers niet meer vernietigd worden. Op 8 mei 2025 stelde de voorzitter van de XIVe kamer voor om de zaak zonder terechtzitting te behandelen; geen van de partijen vroeg er een, waarna de zaak op 4 juni 2025 in beraad werd genomen. In het arrest van 27 juni 2025 stelt de Raad drie dingen vast. Ten eerste is het beroep zonder voorwerp geworden door de intrekking. Ten tweede moet, als logisch gevolg, de eerder toegekende UDN-schorsing formeel worden opgeheven — die kan niet blijven voortbestaan zonder onderliggende annulatievordering. Ten derde, en dat is het operationeel belangrijke punt, draagt niet de verzoeker maar de Vlaamse Gemeenschap de kosten: €400 rolrecht, €48 bijdrage en €924 rechtsplegingsvergoeding (samen €1.372) aan NV V., plus €150 kosten van tussenkomst ten laste van de tussenkomende partij. De redenering is dezelfde als in de spiegelarresten 263.835 en 263.836: wanneer de aanbesteder de bestreden akte zelf intrekt, is dat wat de verzoeker wilde bereiken — de intrekking qualificeert hem als de partij die in het gelijk gesteld is, en artikel 30/1 van de gecoördineerde wetten laat de Raad toe de kosten dienovereenkomstig te verdelen.
Waarom doet dit ertoe?
Dit arrest is praktisch relevant voor elke inschrijver die overweegt om een gunningsbeslissing aan te vechten. Het bevestigt dat een UDN-schorsing die de aanbesteder dwingt om de beslissing in te trekken een volwaardige overwinning is, ook als het annulatieberoep formeel 'zonder voorwerp' verklaard wordt: je haalt je doel (de gunning is van tafel) én je recupereert je proceskosten — hier €1.372 van de aanbesteder en €150 van de concurrent die had moeten tussenkomen. Dat is een heel ander scenario dan in arrest 263.837 van 30 juni 2025, waar een verzoeker die zonder geldige reden geen annulatieberoep indiende, zelf de kosten van tegenpartijen moest dragen. Het verschil zit in één ding: heeft de aanbesteder de akte effectief en aantoonbaar ingetrokken? Dat maakt het verschil tussen €1.300 recupereren en €1.300 betalen. Voor bid managers is de boodschap: de drempel om een UDN-schorsing aan te vragen is lager dan vaak gedacht, want óók als de aanbesteder gewoon intrekt en opnieuw gunt, krijg je je kosten terug en heb je een tweede kans op de opdracht.
De les
Als je een UDN-schorsing krijgt en de aanbesteder trekt daarna de bestreden beslissing in, dien dan alsnog binnen de 60 dagen het annulatieberoep in (zoals NV V. hier op 31 januari 2025 deed) om je proceskostenpositie te beschermen. Zodra de intrekking volgt, laat je de Raad weten dat het beroep zonder voorwerp is geworden en verzoek je met een gemotiveerde kostenvordering op grond van artikel 30/1 dat de aanbesteder in de kosten wordt verwezen. Dien een duidelijke liquidatienota van kosten in: de Raad hanteert €924 als basistarief rechtsplegingsvergoeding bij annulatieberoepen (€770 in zaken zonder voorafgaande schorsing), plus €400 rolrecht en €48 bijdrage. Als een tussenkomende partij ook actief verweer heeft gevoerd, kan zij eveneens in €150 kosten van haar tussenkomst worden verwezen.
Te onthouden
- Als de aanbesteder na een UDN-schorsing zijn eigen beslissing intrekt, wordt je annulatieberoep formeel 'zonder voorwerp' verklaard — maar je int wel de kosten.
- Standaardtarief aan kosten ten laste van de aanbesteder in dit scenario: €400 rolrecht + €48 bijdrage + €924 rechtsplegingsvergoeding = €1.372 (bij zaak met voorafgaande schorsing).
- De tussenkomende partij die actief verweer heeft gevoerd kan ook in €150 kosten van tussenkomst worden verwezen.
- Je moet wél het annulatieberoep tijdig hebben ingesteld: zonder dat ben je de verliezende partij en draai jij op voor de kosten (zie spiegelarrest 263.837).
- De UDN-schorsing is een volwaardige overwinning, ook als ze later formeel wordt opgeheven — de aanbesteder moest immers terug naar de tekentafel.
Waarop letten
- De 'intrekking' is enkel mondeling meegedeeld of blijkt niet uit een formeel document — vraag altijd de schriftelijke intrekkingsbeslissing of de nieuwe gunningsbeslissing op.
- Je dient geen liquidatienota van kosten in: zonder expliciet verzoek op artikel 30/1 kan de Raad geen kostenveroordeling uitspreken — de kostenpositie is niet automatisch.
- De aanbesteder 'stelt de intrekking in het vooruitzicht' maar voert ze niet effectief door: de schorsing blijft dan bestaan, maar zonder intrekking heb je geen aanspraak op kostenveroordeling op basis van deze rechtspraaklijn — dan moet je een eigen vordering tot voortzetting zoeken.
Stel jezelf de vraag
Heb je na het schorsingsarrest schriftelijke bevestiging dat de aanbesteder de bestreden akte heeft ingetrokken, of een nieuwe gunningsbeslissing gezien die dezelfde opdracht betreft? Zit het annulatieberoep tijdig in de agenda (60 dagen na kennisname)? Heb je een liquidatienota van kosten voorbereid met een expliciet verzoek op grond van artikel 30/1 om de aanbesteder in €400 + €48 + €924 te verwijzen?
Gerelateerde arresten
Over deze databank
De Raad van State is het hoogste administratieve rechtscollege in België. Bij geschillen over overheidsopdrachten — van de gunning van een contract tot de uitsluiting van een inschrijver — is het de Raad van State die in laatste instantie oordeelt. De arresten in deze databank zijn door TenderWolf samengevat in begrijpelijke taal, met concrete lessen voor inschrijvers en aanbestedende overheden. Bekijk alle arresten →