Als de aanbesteder je bestreden besluit intrekt, eindig je als 'winnende partij' — ook al is je beroep zonder voorwerp
De Raad van State verklaart het beroep zonder voorwerp na intrekking door de aanbesteder, maar veroordeelt toch de aanbesteder in de volledige proceskosten (€1.218) omdat de verdwijning van de bestreden akte als equivalent van een vernietiging wordt behandeld.
Wat gebeurde er?
Toit & Moi, een sociale huisvestingsmaatschappij uit de regio Mons, gunde op 15 december 2023 een opdracht voor het onderhoud van brandmeldinstallaties aan NV Alarmes Coquelet en verklaarde tegelijk de offerte van NV Etablissements Dumay-Mior onregelmatig. Dumay-Mior vocht die beslissing aan met een annulatieberoep op 16 februari 2024 en verkreeg meteen in uiterst dringende noodzakelijkheid de schorsing (arrest 258.830 van 15 februari 2024). Alarmes Coquelet werd als tussenkomende partij toegelaten. Daarna deed Toit & Moi wat aanbesteders vaak doen na een schorsing: op 22 maart 2024 nam ze een nieuwe gunningsbeslissing, waarbij de oorspronkelijke beslissing van 15 december 2023 impliciet werd ingetrokken. Die nieuwe beslissing werd op 9 april 2024 aan alle inschrijvers betekend. Dumay-Mior stelde opnieuw een schorsings- en annulatieberoep in tegen die tweede beslissing, maar de Raad wees de schorsing af (arrest 260.087 van 12 juni 2024). Dumay-Mior vroeg geen voortzetting van de procedure en de Raad decreteerde afstand van geding (arrest 261.564 van 29 november 2024). De tweede gunning werd zo definitief. Voor het huidige beroep betekent dat: het heeft geen voorwerp meer, want de bestreden beslissing van 15 december 2023 is impliciet ingetrokken en die intrekking is definitief. De Raad past echter een belangrijke nuance toe: het verdwijnen van de bestreden akte via (impliciete) intrekking door de aanbesteder is een 'succédané d'une annulation contentieuse' — een surrogaat voor een vernietiging op tegenspraak. Toit & Moi wordt daarom toch als verliezende partij beschouwd in de zin van artikel 30/1 van de gecoördineerde wetten op de Raad van State. De aanbesteder betaalt €400 rolrecht, €48 bijdrage en €770 rechtsplegingsvergoeding aan Dumay-Mior — samen €1.218. Alarmes Coquelet betaalt €150 rolrecht voor haar tussenkomst. De oorspronkelijke schorsing wordt formeel opgeheven.
Waarom doet dit ertoe?
Wanneer een aanbesteder na een geslaagde schorsing kiest voor het pragmatische alternatief — intrekken en een nieuwe beslissing nemen — denkt hij soms dat daarmee het dossier procedureel gesloten is zonder kostenrisico. Dit arrest maakt duidelijk dat dat niet klopt. Zelfs zonder dat de Raad de oorspronkelijke akte formeel vernietigt, wordt de intrekking financieel gelijkgesteld aan een vernietiging. De aanbesteder draagt de kosten van de hele schorsings- én annulatieprocedure. Voor de aannemer-verzoeker is dat goed nieuws: je recuperereert je rolrechten en krijgt een rechtsplegingsvergoeding, ook al verliest je beroep zijn voorwerp door de intrekking. Voor de aanbesteder betekent het dat 'de fout rechtzetten' geen gratis uitweg is.
De les
Als aanbesteder: reken na een schorsing met minstens €1.200 aan proceskosten per verzoeker als je kiest voor intrekking + nieuwe beslissing. Je bent economisch gezien de verliezende partij, ook zonder formeel vernietigingsarrest. Integreer dat kostenrisico in je beslissing om een bestreden akte in te trekken. Als aannemer-verzoeker: laat het beroep niet uitdoven wanneer de aanbesteder intrekt. Hou het lopend — de Raad zal in het 'zonder voorwerp'-arrest vaak de rechtsplegingsvergoeding aan jou toekennen. En als tussenkomende partij: je draagt in dat scenario enkel je eigen rolrecht (hier €150), maar wel altijd — tussenkomst is nooit risicoloos.
Te onthouden
- Een impliciete intrekking van een bestreden akte door de aanbesteder is een 'succédané d'annulation contentieuse' — de Raad behandelt haar voor de proceskosten als een equivalent van een vernietiging.
- De verzoeker wordt in dat geval beschouwd als de winnende partij en krijgt zijn rolrechten én rechtsplegingsvergoeding terug (hier: €1.218).
- Het beroep verliest formeel zijn voorwerp, maar dat is geen juridische 'vrijwaring' voor de aanbesteder — de kostenveroordeling blijft overeind.
- De oorspronkelijke schorsing wordt in hetzelfde arrest formeel opgeheven, maar dat is een technische opkuis, geen herziening ten gronde.
- Wie als tussenkomende partij opkomt voor de winnaar van de eerste gunning, draagt ook bij intrekking haar eigen rolrecht (hier €150).
Waarop letten
- Na een schorsing kies je als aanbesteder voor 'intrekken en heraanbesteden' zonder de proceskosten in te calculeren — dat wordt je tegengeworpen.
- Als verzoeker: je overweegt je beroep te laten uitdoven omdat de aanbesteder toch heeft ingetrokken — doe dat niet, de kostenveroordeling volgt alleen als je de procedure actief houdt tot aan het 'zonder voorwerp'-arrest.
- Je bent tussenkomende partij en de gunning waarop jij steunt wordt ingetrokken — je raakt geen rechtsplegingsvergoeding, maar je moet wel nog je eigen rolrecht betalen.
Stel jezelf de vraag
Als aanbesteder: weet je dat een intrekking + heraanbesteding na een schorsing je niet financieel vrijstelt? Heb je de proceskosten van de geschorste procedure voorzien in je interne risicoberekening? En heb je gedocumenteerd waarom je intrekt — zodat de nieuwe beslissing niet dezelfde gebreken heeft?
Over deze databank
De Raad van State is het hoogste administratieve rechtscollege in België. Bij geschillen over overheidsopdrachten — van de gunning van een contract tot de uitsluiting van een inschrijver — is het de Raad van State die in laatste instantie oordeelt. De arresten in deze databank zijn door TenderWolf samengevat in begrijpelijke taal, met concrete lessen voor inschrijvers en aanbestedende overheden. Bekijk alle arresten →