Ombouw hockeyveld Evere: commentaar bij offerte over aansluiting op bestaande leidingen maakt offerte niet onregelmatig wanneer eenheidsprijs de volledige vernieuwing dekt
De Raad van State verwerpt de vordering tegen de gunning van werken voor de ombouw van een hockeyveld in Evere, omdat de commentaar van de gekozen inschrijver dat de sproeikanonnen op de bestaande leidingen zouden worden aangesloten de offerte niet substantieel onregelmatig maakt — de eenheidsprijs is vergelijkbaar met die van de andere inschrijvers en dekt de volledige vernieuwing, en de uiteindelijke uitvoeringswijze wordt beslist in de uitvoeringsfase na inspectie van het bestaande systeem.
Wat gebeurde er?
De gemeente Evere schrijft via een openbare procedure een overheidsopdracht voor werken uit voor de ombouw van een halfnat hockeyveld tot een volledig nat hockeyveld met de bouw van een sanitair blok. Lot 2 betreft de transformatie van het hockeyveld en de omgevingsaanleg. De opdracht wordt nationaal bekendgemaakt. Vier ondernemingen dienen een offerte in. De beschrijvende meetstaat bepaalt voor post 17.92 'beregeningsinstallatie – sproeikanon op paal' dat acht sproeikanonnen op paal buiten het speelveld worden geplaatst, inclusief het uitgraven van de ondergrondse leidingen van de bestaande pomp naar de nieuwe sproeikanonnen en het opvullen. Post 17.91 voorziet in een inspectie van het bestaande irrigatiesysteem vóór de sloop, met een verslag aan de bouwdirectie voor goedkeuring en 'beslissing van afbraak van volledige bestaande drainage'. De gekozen inschrijver (nv L.) voegt bij haar offerte een commentaardocument waarin zij bij post 17.92 vermeldt: 'Zoals afgesproken tijdens het bezoek ter plaatse, zullen de spuitkanonnen worden geïnstalleerd op de bestaande leidingen.' De aanbestedende overheid behandelt deze commentaar in het gunningsverslag en stelt dat zij niet akkoord gaat met dit voorstel — de vraag in het bestek is zich aan te sluiten op een volledig nieuwe installatie na controle van het bestaande net — en neemt bijgevolg de offerte over voor het volledig vernieuwen van de installatie. Een eerste gunningsbeslissing van 3 december 2024 wordt ingetrokken. Een nieuw gunningsverslag van 27 maart 2025 wordt opgesteld en op 15 april 2025 beslist de gemeente lot 2 te gunnen aan nv L. De verzoekende partij (nv S., tweede gerangschikte) vordert schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid en voert twee middelen aan. Het eerste middel betoogt dat de offerte van nv L. substantieel onregelmatig is omdat de commentaar over de aansluiting op bestaande leidingen strijdig is met de beschrijvende meetstaat. De Raad van State oordeelt dat de eenheidsprijs van nv L. voor post 17.92 vergelijkbaar is met die van de andere inschrijvers en dat geen prijs voor een alternatieve uitvoering wordt opgegeven. De commentaar heeft niet doorgewerkt in de samenvattende meetstaat — de eenheidsprijs dekt de volledige vernieuwing. De commentaar is louter een voorafname op de uitvoeringswijze zonder gevolgen voor de offerte zelf. Bovendien blijkt uit post 17.91 dat de uiteindelijke uitvoeringswijze wordt beslist in de uitvoeringsfase na inspectie van het bestaande systeem. De motivering in het gunningsverslag — verwijzing naar de nog te nemen beslissing en kwalificatie van de commentaar als niet-aanvaard voorstel — volstaat. Het tweede middel heeft twee onderdelen. Het eerste onderdeel betreft het subgunningscriterium 'Aantal vezels per m²' van het gunningscriterium 'Technische waarde over de samenstelling van de grondlagen'. De verzoekende partij scoorde 2/10 tegenover 10/10 voor nv L. De verzoekende partij betoogt dat in de offerte van nv L. ten onrechte ook fijnere, ondersteunende vezels (90 µm) zijn meegeteld, terwijl het bestek vezels van 160 µm voorschrijft. De Raad oordeelt dat de diktevereiste van 160 µm een regelmatigheidsvereiste is die niet wordt betwist, terwijl het subgunningscriterium 'aantal vezels/m²' geen dikte vermeldt. De aanbestedende overheid mocht in de beoordelingsfase alle vezels in rekening brengen voor de onderlinge vergelijking. Het tweede onderdeel betoogt dat drie subgunningscriteria ('Vermindering van waterverbruik', 'Gestabiliseerd oppervlak', 'Presentatie van het onderhoudssysteem') zijn geneutraliseerd door gelijke scores toe te kennen. De Raad oordeelt dat een globale gelijke score op zich niet aantoont dat geen afdoende vergelijking is gemaakt. Voor waterverbruik boden alle inschrijvers '1l/m² volgens FIH-homologatie' — geen verschil mogelijk. Voor de twee andere criteria heeft de verwerende partij een analyse van elke offerte uitgevoerd en de offertes niet onrechtmatig als evenwaardig gescoord. De beweerdelijk gewijzigde beoordelingsmethodiek (regel van drie) is in de feiten niet toegepast. Beide middelen zijn niet ernstig. De vordering wordt verworpen.
Waarom doet dit ertoe?
Dit arrest verduidelijkt twee punten. Ten eerste: een commentaar bij een offerte die een alternatieve uitvoeringswijze voorstelt, maakt de offerte niet substantieel onregelmatig wanneer de eenheidsprijs de volledige door het bestek voorgeschreven werkzaamheden dekt en vergelijkbaar is met die van de andere inschrijvers. De aanbestedende overheid mag de commentaar kwalificeren als een niet-aanvaard voorstel en de offerte behouden tegen de opgegeven prijs. Dat geldt a fortiori wanneer het bestek zelf voorziet dat de uiteindelijke uitvoeringswijze wordt beslist in de uitvoeringsfase na inspectie. Ten tweede: wanneer de aanbestedende overheid gelijke scores toekent voor subgunningscriteria, toont dat op zich niet aan dat geen vergelijking is gemaakt — wanneer het aanbod van alle inschrijvers objectief gelijk is (zoals identieke FIH-gecertificeerde waarden), is een gelijke score gerechtvaardigd zonder dat men het criterium geneutraliseert.
De les
Als inschrijver: voeg geen commentaren bij uw offerte die een alternatieve uitvoeringswijze voorstellen als u de door het bestek voorgeschreven werkzaamheden volledig in uw prijszetting opneemt — dergelijke commentaren creëren onnodig discussie over de regelmatigheid van uw offerte. Wanneer u als concurrerende inschrijver een dergelijke commentaar bij een concurrent wilt aanvechten, zorg er dan voor dat u aantoont dat de commentaar heeft doorgewerkt in de prijszetting en dat de eenheidsprijs niet de volledige werkzaamheden dekt. Het loutere bestaan van een uitvoeringscommentaar volstaat niet als de prijs vergelijkbaar is met die van de andere inschrijvers. Als aanbesteder: wanneer een inschrijver een niet-besteksconforme uitvoeringswijze voorstelt in een commentaar maar een prijszetting indient die de volledige werkzaamheden dekt, kunt u de commentaar kwalificeren als een niet-aanvaard voorstel en de offerte behouden.
Stel jezelf de vraag
Als aanbesteder: hebt u een commentaar bij een offerte die een alternatieve uitvoeringswijze voorstelt, getoetst aan de eenheidsprijs en de prijzen van de andere inschrijvers? Is de eenheidsprijs vergelijkbaar en dekt die de volledige werkzaamheden? Als inschrijver: kunt u aantonen dat een commentaar van een concurrent heeft doorgewerkt in de prijszetting en niet louter een uitvoeringsvoorstel is?
Over deze databank
De Raad van State is het hoogste administratieve rechtscollege in België. Bij geschillen over overheidsopdrachten — van de gunning van een contract tot de uitsluiting van een inschrijver — is het de Raad van State die in laatste instantie oordeelt. De arresten in deze databank zijn door TenderWolf samengevat in begrijpelijke taal, met concrete lessen voor inschrijvers en aanbestedende overheden. Bekijk alle arresten →