Verwerping Nederlandstalig college

Een inschrijver die zelf 'niet conform' invult voor een essentiële eis, kan achteraf niet beweren dat hij wél kon voldoen — en een bestek dat aansluit bij eerdere voertuigen is niet automatisch op maat van de zittende inschrijver geschreven

Arrest nr. 264262 · 23 september 2025 · XIVe kamer

De Raad van State verwerpt het beroep tot nietigverklaring van de gunning van een raamovereenkomst voor de levering van multifunctionele brandweerautopompen 4x4, omdat (1) de verzoekende partij zelf in haar offerte uitdrukkelijk 'NEEN' had ingevuld bij de conformiteitsvereiste van drie scharnierpunten voor opstaptreden — met de opmerking 'dit is een zinloze eis om bepaalde firma's te bevoordelen' — en de aanbestedende overheid haar offerte terecht als substantieel onregelmatig heeft verklaard, (2) de verzoekende partij er niet in slaagt aan te tonen dat het bestek op maat van de zittende inschrijver is geschreven, nu zij zelf voor het merendeel van de technische vereisten 'conform' had kunnen aanbieden en de driescharniereneis voortkwam uit concrete operationele ervaringen van de brandweer, (3) de looptijd van zes jaar voor de raamovereenkomst afdoende was gemotiveerd in de toelichtingsnota aan de Inspectie van Financiën — met verwijzing naar de hoge investeringskosten voor prototypebouw en de productietermijn van anderhalf tot twee jaar — en die motivering niet in het bestek zelf hoefde te staan, en (4) het middel inzake machtsafwending faalt bij gebrek aan ernstige en met elkaar overeenstemmende aanwijzingen.

Wat gebeurde er?

De FOD Binnenlandse Zaken (Algemene Directie Civiele Veiligheid) schreef via een openbare procedure een raamovereenkomst uit voor de levering van multifunctionele autopompen voor brandweerdiensten, verdeeld in twee percelen. Dit arrest betreft perceel 2: autopompen 4x4. De looptijd bedroeg zes jaar in plaats van de gebruikelijke vier. Twee inschrijvers dienden een offerte in: de verzoekende partij (NV F.) en de tussenkomende partij (NV V., de zittende leverancier). De offerte van de verzoekende partij werd als substantieel onregelmatig verklaard op vier gronden. De twee belangrijkste betroffen de eis van minstens drie scharnierpunten: enerzijds voor rolluiken (punt 1.9.5.1.2) en anderzijds voor uit-/inklapbare opstaptreden (punt 1.9.5.2). De verzoekende partij had bij de opstaptreden in haar invullijst zelf 'NEEN' ingevuld bij 'Conform' en er in hoofdletters bij geschreven: 'DIT IS EEN ZINLOZE EIS OM BEPAALDE FIRMA'S TE BEVOORDELEN.' Zij argumenteerde dat haar leverancier al twintig jaar opstaptreden bouwt met twee scharnieren zonder enig probleem, en dat de driescharniereneis alleen nodig was omdat de voertuigen van de zittende inschrijver van slechte kwaliteit waren. De twee andere gronden betroffen de onvolledige documentatie van de aandrijflijn (onvoldoende aangetoonde massareserve) en het indicatieve — in plaats van gedetailleerde — karakter van de opbouwplannen. De opdracht werd gegund aan de tussenkomende partij. De verzoekende partij vocht de gunning aan met zes middelen. Het eerste middel betrof de looptijd van de raamovereenkomst. De Raad stelde vast dat de langere duur van zes jaar was gemotiveerd in de toelichtingsnota aan de Inspectie van Financiën: de bouw van brandweerwagens vergt hoge initiële investeringskosten, en de realisatie van een prototype en de productiestelling nemen gemiddeld anderhalf tot twee jaar in beslag. Artikel 43, § 2, tweede lid, van de wet van 17 juni 2016 bevat geen verplichting om die motivering in het bestek zelf op te nemen. Bovendien geldt de formelemotiveringsplicht niet voor een bestek, dat geen individuele strekking heeft. Het derde middel, gericht tegen de onregelmatigverklaring van de offerte, faalde op het doorslaggevende punt van de opstaptreden. De Raad stelde vast dat de verzoekende partij zelf 'NEEN' had ingevuld en dat haar lezing — dat zij wél conforme rolluiken had aangeboden maar bij de invullijst van de opstaptreden dezelfde tekst had overgenomen — niet afdeed aan het feit dat zij voor de opstaptreden bewust niet-conform had aangeboden. Zij had bij het indienen van haar offerte geen gebruik gemaakt van de mogelijkheid om met elk passend middel de gelijkwaardigheid van haar oplossing aan te tonen. De bewering in de laatste memorie dat zij 'een uitvoering kan doen van een traptrede met 3 scharnieren' was ongeloofwaardig en in ieder geval laattijdig. Aangezien deze ene onregelmatigheid al volstond, had de verzoekende partij geen belang bij de kritieken op de overige drie gronden. Het tweede middel en het resterende deel van het derde middel betoogden dat het bestek op maat van de zittende inschrijver was geschreven. De Raad verwierp dit. De verzoekende partij was zelf in staat geweest om bij het merendeel van de technische vereisten 'conform' aan te bieden. De driescharniereneis groeide uit een concrete operationele behoefte: bij inspecties in Charleroi was vastgesteld dat de sterkte en robuustheid van rolluiken en opstaptreden afneemt wanneer de afstand tussen de scharnierpunten te groot wordt. Dat het vorige bestek als basis diende, betekende niet dat het bestek op maat was geschreven. De tussenkomende partij maakte bovendien aannemelijk dat zij juist maatwerk leverde om aan de bestekseisen te voldoen — niet andersom. Het vierde middel was niet-ontvankelijk wegens obscuri libelli: de verzoekende partij had de geschonden rechtsregels niet precies aangeduid. Het vijfde middel (beginselen van behoorlijk bestuur, rechtszekerheid, vertrouwen, fraus omnia corrumpit) en het zesde middel (machtsafwending) faalden om dezelfde redenen als het tweede en derde middel.

Waarom doet dit ertoe?

Dit arrest biedt een helder precedent over de gevolgen van bewust niet-conform inschrijven. Wie in de invullijst zelf 'niet conform' aankruist bij een als essentieel aangemerkte eis, en daar bovendien een polemische opmerking bij plaatst, kan achteraf niet aanvoeren dat hij eigenlijk wél had kunnen voldoen. De Raad kwalificeert die latere bewering als 'ongeloofwaardig en in ieder geval laattijdig'. Dit bevestigt dat het moment van het indienen van de offerte determinerend is: de inschrijver moet op dat moment gebruik maken van de mogelijkheid om gelijkwaardigheid aan te tonen. Daarnaast verduidelijkt het arrest dat de motivering voor een langere looptijd van een raamovereenkomst (meer dan vier jaar) niet in het bestek zelf hoeft te staan — een toelichtingsnota aan de Inspectie van Financiën volstaat, omdat het bestek geen individueel gerichte beslissing is en dus niet aan de formelemotiveringsplicht is onderworpen. Ten slotte illustreert het arrest de hoge bewijslast voor het middel dat een bestek 'op maat' is geschreven: wanneer de inschrijver zelf voor het merendeel van de vereisten conform kon aanbieden, en de betwiste eis een aantoonbare operationele oorsprong heeft, slaagt dat middel niet.

De les

Als inschrijver: vul nooit lichtvaardig 'niet conform' in bij een essentiële eis, ook niet uit protest of om een principieel punt te maken. Een bewuste niet-conformiteit is definitief — je kunt die achteraf niet meer rechtzetten, zelfs niet als je technisch gezien wél had kunnen voldoen. Gebruik in plaats daarvan de mogelijkheid die het bestek biedt om met elk passend middel de gelijkwaardigheid van je alternatieve oplossing aan te tonen. Als je vindt dat een bestekseis de mededinging onrechtmatig beperkt, vecht het bestek dan vóór de inschrijving aan — niet achteraf via een annulatieberoep tegen de gunning. Als aanbestedende overheid: als je de looptijd van een raamovereenkomst langer dan vier jaar maakt, motiveer dat dan schriftelijk vóór de gunning — een toelichtingsnota aan de Inspectie van Financiën volstaat, maar leg het dossier goed aan. Zorg er ook voor dat technische vereisten die hun oorsprong vinden in operationele ervaringen (zoals de Technische Commissie van de brandweer) goed gedocumenteerd zijn, zodat je het verwijt van een 'bestek op maat' effectief kunt weerleggen.

Stel jezelf de vraag

Als ik overweeg om bij een essentiële bestekseis 'niet conform' in te vullen omdat ik de eis onzinnig of concurrentiebeperkend vind: heb ik werkelijk geen alternatief om conform aan te bieden of gelijkwaardigheid aan te tonen — of kies ik er bewust voor om een principieel punt te maken, met het risico dat mijn hele offerte als substantieel onregelmatig wordt geweerd?

Over deze databank

De Raad van State is het hoogste administratieve rechtscollege in België. Bij geschillen over overheidsopdrachten — van de gunning van een contract tot de uitsluiting van een inschrijver — is het de Raad van State die in laatste instantie oordeelt. De arresten in deze databank zijn door TenderWolf samengevat in begrijpelijke taal, met concrete lessen voor inschrijvers en aanbestedende overheden. Bekijk alle arresten →