Vernietiging Franstalig college

Bestek 21-julifeesten vernietigd via versnelde procedure – ongerechtvaardigde verdrievoudiging van omzeteis (van 2 miljoen EUR cumulatief over drie jaar naar 2 miljoen EUR per jaar) schendt evenredigheidsbeginsel bij identieke prestaties en budget

Arrest nr. 264386 · 30 september 2025 · VIe kamer

De Raad van State vernietigde via de versnelde procedure van artikel 17, §6 van de gecoördineerde wetten de beslissing van de Belgische Staat om het bestek goed te keuren voor de organisatie van de 21-julifeesten, omdat het selectiecriterium inzake economische en financiële draagkracht — een minimale jaarlijkse omzet van 2.000.000 EUR voor elk van de drie laatste boekjaren — een ongerechtvaardigde verdrievoudiging vormde ten opzichte van het vorige gelijkaardig bestek (dat slechts een cumulatieve omzet van 2.000.000 EUR over drie jaar vereiste), terwijl de prestaties en het budget identiek waren en de door de Belgische Staat aangevoerde rechtvaardigingen geen steun vonden in de opdrachtdocumenten of het administratief dossier.

Wat gebeurde er?

De Belgische Staat (vertegenwoordigd door de Eerste Minister) keurde een bestek goed voor een overheidsopdracht voor diensten betreffende de organisatie van de festiviteiten ter gelegenheid van de nationale feestdag van 21 juli (ref. 2023/028). De opdracht omvatte de organisatie van een publieksspektakel, de realisatie van een live televisie-uitzending, het veiligheidsbeheer, het beheer van bars en restauratieruimtes, en de promotie van het evenement. Het bestek stelde als selectiecriterium inzake economische en financiële draagkracht dat de inschrijver gedurende elk van de drie laatste boekjaren een totale omzet van minstens 2.000.000 EUR moest hebben gerealiseerd. SRL Shadow to Live stelde op 19 maart 2024 een annulatieberoep in. Zij betoogde dat het vorige bestek voor de organisatie van de 21-julifeesten van 2023 slechts een cumulatieve omzet van 2.000.000 EUR over de drie laatste boekjaren had vereist — een aanzienlijk lagere drempel. De verhoging van de omzeteis naar 2.000.000 EUR per jaar (effectief een verdrievoudiging) was niet gerechtvaardigd, aangezien de prestaties en het budget identiek waren. Bij arrest nr. 259.655 van 26 april 2024 had de Raad van State de tenuitvoerlegging van het bestek reeds geschorst bij uiterst dringende noodzakelijkheid op basis van hetzelfde middel, dat ernstig werd bevonden. De Belgische Staat diende geen verzoek tot voortzetting van de rechtspleging in binnen de termijn van dertig dagen na kennisgeving van het schorsingsbeslissing (26 april 2024). Op 10 juni 2024 vroeg het auditoraat de toepassing van artikel 11/2 van het reglement van rechtspleging (versnelde vernietigingsprocedure krachtens artikel 17, §6 van de gecoördineerde wetten). De Belgische Staat rechtvaardigde de verhoging in haar nota van opmerkingen met twee argumenten: enerzijds dat zij vrij was om haar selectie-eisen in de loop der tijd te versoepelen of te verscherpen, anderzijds dat het huidige bestek betrekking had op de organisatie van drie edities (21 juli 2024, 2025 en 2026) in plaats van één. De Raad oordeelde dat het loutere beroep op deze vrijheid geen concrete rechtvaardiging vormde. Bovendien bleek uit het administratief dossier (stuk 19) dat de verhoging al was voorzien toen het bestek nog slechts op de organisatie van de editie van 21 juli 2024 betrekking had — de uitbreiding naar drie edities was pas later gebeurd na overleg met de Inspectie van Financiën. Het was dus niet de nieuwe structurering die de verhoging rechtvaardigde. Ter zitting voerde de Belgische Staat nog een argument aan over de noodzaak om de formulering van het bestek te verduidelijken, maar dit argument was niet in de nota van opmerkingen opgenomen en vond geen steun in het administratief dossier. Na onderzoek ten gronde bevestigde de Raad de beoordeling van het schorsingsbeslissing. Het middel was gegrond in zijn eerste onderdeel. Het bestek werd vernietigd. De kosten (rolrecht 200 EUR, bijdrage 24 EUR, rechtsplegingsvergoeding 770 EUR) werden ten laste van de Belgische Staat gelegd.

Waarom doet dit ertoe?

Dit arrest bevestigt drie belangrijke beginselen inzake selectiecriteria. Ten eerste: hoewel de aanbestedende overheid een ruime beoordelingsvrijheid heeft bij het vaststellen van selectiecriteria en de bijbehorende drempels, moet zij deze keuzes concreet kunnen rechtvaardigen in het licht van de kenmerken van de opdracht en de beperkingen die de uitvoering ervan meebrengt. Een loutere verwijzing naar de vrijheid om eisen te verscherpen volstaat niet. Ten tweede: een aanzienlijke verhoging van een selectiedrempel (hier: verdrievoudiging van de omzeteis) ten opzichte van een vorig gelijkaardig bestek met identieke prestaties en budget, vereist een concrete en aantoonbare rechtvaardiging in de opdrachtdocumenten of het administratief dossier. Ten derde: het arrest illustreert de werking van de versnelde vernietigingsprocedure van artikel 17, §6 — wanneer de verwerende partij na de schorsing geen verzoek tot voortzetting van de rechtspleging indient, kan de Raad het bestreden besluit versneld vernietigen.

De les

Verhoog selectiedrempels niet zonder concrete rechtvaardiging. Wanneer je de omzeteis of andere selectiecriteria aanzienlijk verscherpt ten opzichte van een vorig gelijkaardig bestek, documenteer dan in het administratief dossier waarom de verhoging noodzakelijk en evenredig is in het licht van het voorwerp van de opdracht. De loutere bewering dat je vrij bent om eisen aan te passen volstaat niet. Als verzoekende partij na een geslaagde schorsing: vergeet niet dat de verwerende partij een verzoek tot voortzetting moet indienen — doet zij dit niet, dan volgt een versnelde vernietiging.

Stel jezelf de vraag

Als aanbestedende overheid: heb je de selectiedrempels gewijzigd ten opzichte van een vorig gelijkaardig bestek? Kun je deze wijziging concreet rechtvaardigen op basis van de kenmerken van de opdracht? Is de rechtvaardiging gedocumenteerd in het administratief dossier? Als inschrijver: vergelijk de selectiecriteria met die van vorige gelijkaardige opdrachten — is een verhoging gerechtvaardigd?

Over deze databank

De Raad van State is het hoogste administratieve rechtscollege in België. Bij geschillen over overheidsopdrachten — van de gunning van een contract tot de uitsluiting van een inschrijver — is het de Raad van State die in laatste instantie oordeelt. De arresten in deze databank zijn door TenderWolf samengevat in begrijpelijke taal, met concrete lessen voor inschrijvers en aanbestedende overheden. Bekijk alle arresten →