Geclassificeerde informatie over je aandeelhouder? Dan hoeft Defensie niet uit te leggen wat er precies aan de hand is
De Raad van State oordeelt dat Defensie een bedrijf mag uitsluiten van een Europees defensieproject op basis van geclassificeerde inlichtingeninfo over de enige aandeelhouder, ook al mag de precieze inhoud van die informatie niet worden meegedeeld.
Wat gebeurde er?
Een Belgisch bedrijf neemt als lid van een consortium deel aan twee defensieprojecten: een nationale DEFRA-call en een Europees EDA Cross-CapTech project. In oktober 2025 weigert de directeur-generaal van het Koninklijk Hoger Instituut voor Defensie het bedrijf als deelnemer aan de DEFRA-call. Reden: de Algemene Dienst Inlichtingen en Veiligheid (ADIV) beschikt over geclassificeerde informatie over de enige aandeelhouder van het bedrijf — een 'integriteitsprobleem' dat kan leiden tot imagoschade voor Defensie. Het bedrijf had nochtans in mei 2024 een veiligheidsmachtiging 'NATO SECRET' gekregen. Maar ADIV kreeg nadien bijkomende informatie. Die informatie is geclassificeerd op grond van de wet van 11 december 1998 en mag niet worden vrijgegeven — zelfs niet aan het bedrijf zelf. Het bedrijf vraagt heroverweging, heeft een gesprek met ADIV op 14 november 2025, maar dat levert geen nieuwe elementen op. Op 4 december 2025 beslist Defensie definitief: het bedrijf mag ook het Europese EDA-project niet vertegenwoordigen. De redenering: als de veiligheidsanalyse al geldt voor een nationaal project, geldt ze a fortiori voor een Europees project. Het bedrijf vordert schorsing en voert drie middelonderdelen aan: gebrekkige formele motivering (de beslissing vermeldt alleen 'imagoschade' en 'integriteitsprobleem' zonder details), schending van de materiële motiveringsplicht (imagoschade is geen geldige uitsluitingsgrond), en schending van de hoorplicht en het proportionaliteitsbeginsel (er waren minder ingrijpende maatregelen mogelijk). De Raad van State verwerpt alle drie. Over de formele motivering: de beslissing moet samen gelezen worden met de eerdere beslissing van 24 oktober 2025. Het determinerende motief is het integriteitsprobleem van de aandeelhouder, niet de imagoschade — dat is slechts een mogelijk gevolg. De formelemotiveringsplicht moet worden verzoend met de geheimhoudingsplicht voor geclassificeerde informatie: een beknopte motivering volstaat, zolang het niet onmogelijk wordt voor de betrokkene om te begrijpen waarom de beslissing is genomen. Over de materiële motivering: het bestaan van een veiligheidsmachtiging verhindert niet dat nieuwe inlichtingeninformatie wordt meegewogen. Over de hoorplicht: het bedrijf heeft ruim de gelegenheid gehad zijn standpunt te verdedigen, inclusief in een vergadering met ADIV.
Waarom doet dit ertoe?
Dit arrest raakt aan een zeldzaam maar cruciaal snijpunt: wat als een overheid haar beslissing baseert op informatie die ze wettelijk niet mag delen? In defensie- en veiligheidsopdrachten komt dit steeds vaker voor. Het arrest bevestigt dat de Raad van State de geclassificeerde informatie zelf mag inzien, maar dat het bedrijf ze niet te zien krijgt. De formelemotiveringsplicht wordt in dat geval afgewogen tegen de geheimhoudingsplicht — en die laatste wint, mits de overheid in algemene termen aangeeft waarom ze tot haar besluit komt.
De les
Als je actief bent in defensie- of veiligheidsopdrachten: het bezit van een veiligheidsmachtiging is geen garantie dat je ook in de toekomst mag meedraaien. Nieuwe inlichtingeninformatie kan de situatie veranderen — en je zal die informatie niet te zien krijgen. Check altijd of de aandeelhoudersstructuur van je bedrijf een risico kan vormen, en wees je ervan bewust dat een integriteitsprobleem bij een aandeelhouder kan doorwerken naar het bedrijf.
Te onthouden
- Een veiligheidsmachtiging 'NATO SECRET' is geen vrijgeleide voor altijd — nieuwe inlichtingeninformatie kan de situatie veranderen
- Bij geclassificeerde informatie mag de formele motivering beknopt zijn, zolang de betrokkene kan begrijpen waarom de beslissing is genomen
- Het determinerende motief van een beslissing kan blijken uit een eerdere, samenhangende beslissing — lees altijd de hele keten
- 'Imagoschade' was hier een overtollig motief; het echte motief was het integriteitsprobleem van de aandeelhouder
Waarop letten
- Je wordt uitgesloten met als enige uitleg 'integriteitsprobleem' of 'imagoschade', zonder verdere details — check of er geclassificeerde informatie in het spel is
- Je aandeelhouder of bestuurder heeft een verleden dat vragen kan oproepen bij inlichtingendiensten — anticipeer en overweeg structurele oplossingen
- De overheid verwijst naar een eerdere beslissing in een ander project als motivering voor de huidige uitsluiting
Stel jezelf de vraag
Als je deelneemt aan een defensie- of veiligheidsgerelateerde opdracht: heb je recent geverifieerd of er bij ADIV of een andere inlichtingendienst vragen rijzen over je aandeelhouders of bestuurders? Een veiligheidsmachtiging uit het verleden beschermt je niet automatisch.
Over deze databank
De Raad van State is het hoogste administratieve rechtscollege in België. Bij geschillen over overheidsopdrachten — van de gunning van een contract tot de uitsluiting van een inschrijver — is het de Raad van State die in laatste instantie oordeelt. De arresten in deze databank zijn door TenderWolf samengevat in begrijpelijke taal, met concrete lessen voor inschrijvers en aanbestedende overheden. Bekijk alle arresten →