Tien nieuwe ophaalwagens voor bijna dezelfde prijs als drie nieuwe en zeven oude — toch geen abnormale prijs?
De Raad van State verwerpt de vordering van de zittende afvalophaler die betoogt dat de gekozen inschrijver met tien nieuwe ophaalwagens onmogelijk een vergelijkbare totaalprijs kan bieden als zijzelf met slechts drie nieuwe en zeven afgeschreven wagens, omdat de totaalprijs boven de raming lag, minder dan 15% afweek van het gemiddelde, en de kost van ophaalwagens geen zichtbare post in de inventaris vormde.
Wat gebeurde er?
De intercommunale IVVO schrijft een opdracht uit voor de ophaling aan huis van rest- en GFT-afval in diftarcontainers in haar werkingsgebied. Het betreft een opdracht tegen prijslijst, waarbij inschrijvers een prijs per gemeente en per afvalfractie moeten opgeven — bestaande uit een vast en een variabel deel. Alle kosten, inclusief de inzet van ophaalwagens, zitten verwerkt in de eenheidsprijzen. Drie inschrijvers dienen een regelmatige offerte in. De totaalprijzen: de gekozen inschrijver biedt 3.622.941 euro, de verzoekende partij (de zittende opdrachtnemer) biedt 3.716.419 euro, en de derde gerangschikte biedt 5.301.074 euro. Het verschil tussen de eerste twee is minder dan 100.000 euro — maar er is een opvallend detail: de gekozen inschrijver zet tien nieuwe Euro-6 ophaalwagens in, terwijl de verzoekende partij slechts drie nieuwe en zeven bestaande (reeds afgeschreven) wagens inzet. De verzoekende partij redeneert: een nieuwe ophaalwagen kost ongeveer 290.400 euro inclusief btw, af te schrijven over zes tot acht jaar. Per wagen is dat 36.300 tot 48.800 euro per jaar. Zeven extra nieuwe wagens zouden dus 254.000 tot 341.000 euro per jaar extra kosten. Hoe kan de gekozen inschrijver dan een lagere totaalprijs bieden? Dat kan toch alleen als er elders wordt bespaard — mogelijk in strijd met arbeids-, fiscale of milieuregels? De Raad van State volgt die redenering niet. Het algemeen prijsonderzoek (artikel 35 KB Plaatsing) vereist alleen dat de aanbesteder nagaat of de prijzen 'abnormaal lijken'. IVVO heeft dat gedaan: ze vergeleek de totaalprijzen onderling, met de raming (gebaseerd op de lopende opdracht van diezelfde verzoekende partij), en hanteerde een drempel van 15% afwijking van het gemiddelde. De prijs van de gekozen inschrijver lag boven de raming en binnen die 15%-marge. Cruciaal: de kost van de ophaalwagens was geen afzonderlijke post in de inventaris. De inschrijvers moesten alles — personeel, brandstof, wagens, overhead — verwerken in eenheidsprijzen per gemeente en per afvalfractie. Daardoor was de investering in ophaalwagens niet 'klaar en duidelijk' zichtbaar bij de prijsvergelijking. De verwerende partij wijst er bovendien op dat de wijze van afschrijving per inschrijver kan verschillen, afhankelijk van het type en merk ophaalwagen en de technische levensduur. Tot slot: als de aanbesteder bij het algemeen prijsonderzoek vaststelt dat er geen abnormale prijzen zijn, hoeft ze dat niet uitgebreid te motiveren in het gunningsverslag. De motieven mogen ook uit de stukken van het dossier blijken.
Waarom doet dit ertoe?
Dit arrest illustreert de grenzen van het prijsonderzoek bij overheidsopdrachten. Inschrijvers die een opdracht verliezen, grijpen vaak naar het argument van de abnormale prijs. Maar het algemeen prijsonderzoek (artikel 35 KB) is een eerste filter, geen diepgaande audit. De aanbesteder moet nagaan of prijzen 'abnormaal lijken' — niet of ze in theorie onmogelijk zijn. Wanneer de totaalprijs boven de raming ligt en binnen een redelijke marge van het gemiddelde, mag de aanbesteder concluderen dat er geen bijzonder prijsonderzoek nodig is. Wat een concurrent uit de structuur van de offerte afleidt over verborgen kosten, vervangt niet wat de aanbesteder uit de eigenlijke prijsvergelijking mag concluderen.
De les
Als inschrijver: het feit dat je begrijpt waarom je eigen prijs laag is (afgeschreven materieel), maakt de prijs van een concurrent met nieuw materieel niet automatisch abnormaal. De aanbesteder mag haar totaalprijs vergelijken met de raming en het gemiddelde — niet met jouw kostenstructuur. Wil je een bijzonder prijsonderzoek afdwingen, dan moet je meer brengen dan een theoretische kostenberekening. Als aanbesteder: documenteer je algemeen prijsonderzoek in het dossier, ook als je besluit dat de prijzen normaal zijn. Het gunningsverslag hoeft dat niet uitgebreid weer te geven, maar de motieven moeten uit de stukken blijken.
Te onthouden
- Het algemeen prijsonderzoek (artikel 35 KB Plaatsing) vereist alleen dat de aanbesteder nagaat of prijzen 'abnormaal lijken' — het is een eerste filter, geen diepgaande audit.
- Wanneer de totaalprijs boven de raming ligt en minder dan 15% afwijkt van het gemiddelde van de offerteprijzen, heeft de aanbesteder op het eerste gezicht geen reden voor bijzonder prijsonderzoek.
- Als de kost van een bepaald middel (hier: ophaalwagens) geen afzonderlijke post is in de inventaris maar verwerkt zit in eenheidsprijzen, kan die kost op het eerste gezicht geen indicatie vormen voor een schijnbaar abnormale totaalprijs.
- De wijze van afschrijving van materieel kan per inschrijver verschillen — het feit dat een concurrent nieuw materieel inzet tegen een vergelijkbare totaalprijs bewijst niet dat die prijs abnormaal is.
- Als de aanbesteder vaststelt dat er geen abnormale prijzen zijn, hoeft ze dat niet uitgebreid te motiveren in het gunningsverslag — de motieven mogen ook uit de dossierstukken blijken.
Waarop letten
- Een concurrent biedt een vergelijkbare totaalprijs maar met aanzienlijk meer nieuw materieel — controleer of de totaalprijs boven de raming ligt en binnen een redelijke marge van het gemiddelde.
- Het argument 'ik weet dat het onmogelijk is voor die prijs' is gebaseerd op je eigen kostenstructuur, niet op objectieve marktgegevens — de Raad aanvaardt dat niet als bewijs van abnormaliteit.
- Het bestek bepaalt dat alle kosten in eenheidsprijzen verwerkt moeten worden (opdracht tegen prijslijst) — de kost van materieel is dan niet zichtbaar als aparte post en dus moeilijk te isoleren bij het prijsonderzoek.
Stel jezelf de vraag
Vecht je een gunning aan op basis van abnormale prijzen? Is je argument gebaseerd op wat je weet over je eigen kostenstructuur, of heb je concrete aanwijzingen dat de totaalprijs van de concurrent niet marktconform is? Vergelijk niet alleen met je eigen offerte — vergelijk met de raming en het gemiddelde van alle offertes.
Over deze databank
De Raad van State is het hoogste administratieve rechtscollege in België. Bij geschillen over overheidsopdrachten — van de gunning van een contract tot de uitsluiting van een inschrijver — is het de Raad van State die in laatste instantie oordeelt. De arresten in deze databank zijn door TenderWolf samengevat in begrijpelijke taal, met concrete lessen voor inschrijvers en aanbestedende overheden. Bekijk alle arresten →