Verwerping Nederlandstalig college

Zittende dienstverlener scoort 18/20 op 'creativiteit', uitdager 8/20 — en toch geen bevoordeling

Arrest nr. 266281 · 2 april 2026 · XIVe kamer

De Raad van State oordeelt dat een scoreverschil van 10 op 20 punten voor 'creativiteit en originaliteit' tussen de zittende dienstverlener en de uitdager niet onwettig is, omdat het bestek uitdrukkelijk vroeg om een moodboard 'op basis van het huidige infoblad' en de bestaande publicatie voor iedereen online beschikbaar was.

Wat gebeurde er?

De gemeente Zwalm schrijft een raamovereenkomst uit voor de lay-out, druk en bedeling van haar tweemaandelijks infomagazine 'Zwalmse Post', geraamd op 52.700 euro, via een onderhandelingsprocedure zonder voorafgaande bekendmaking (art. 42, §1, 1°, a) wet 17 juni 2016). Negen gegadigden worden uitgenodigd, drie dienen een offerte in — waaronder BV D.A. en de zittende dienstverlener BV D.B. Gunningscriteria: prijs (30), kwaliteit (60) en milieu (10). Binnen 'kwaliteit' weegt het subgunningscriterium 'Creativiteit en originaliteit' 20 punten. Inschrijvers moeten een moodboard uitwerken 'op basis van het huidige infoblad' (waarvan een digitale versie op de gemeentewebsite staat), plus drie suggesties voor nieuwe vaste rubrieken. De zittende BV D.B. scoort 18/20 ('zeer goed'), een derde inschrijver 16/20 ('meer dan goed'), BV D.A. krijgt 8/20 ('zwak'). Eindscores: D.B. wint met 86,63 punten via variant 1, D.A. wordt tweede. D.A. vordert UDN-schorsing en voert vier kritieken aan: (1) het beoordelingscomité nam elementen mee die de zittende bevoordeelden, zoals 'voeling met de bestaande stijl' en 'aansluiting bij het huidige concept'; (2) er werden niet-voorzienbare elementen beoordeeld, zoals 'verruiming van het doelpubliek', terwijl het redactioneel werk door de gemeente zelf wordt aangeleverd; (3) elementen die niet expliciet waren gevraagd (de uitwerking van de visuele nota) werden positief beoordeeld bij de zittende; (4) de score 8/20 is kennelijk onredelijk. De XIVe kamer verwerpt alle vier kritieken. Cruciaal argument: het bestek vraagt uitdrukkelijk een moodboard 'op basis van het huidige infoblad', en het huidige infoblad staat online — dus alle inschrijvers hadden gelijke toegang tot het referentiemateriaal. De verwijzingen naar 'voeling met de bestaande stijl' bij de zittende zijn dus geen bevoordeling, maar een legitieme toepassing van het criterium. Ook het verwachten van een 'sneak peek' en 'moodboard' — termen die in de sector een duidelijke professionele inhoud hebben — valt binnen de omschrijving. D.A. scoort niet lager omdat ze niet aansluit bij het bestaande concept, maar omdat haar voorstellen volgens de motivering 'te beperkt vernieuwend' zijn en geen nieuw doelpubliek aantrekken. De vordering tot schorsing wordt verworpen, D.A. wordt verwezen in de kosten (rolrecht 200 euro, bijdrage 26 euro, rechtsplegingsvergoeding 770 euro).

Waarom doet dit ertoe?

In vrijwel elke opdracht voor dienstverlening aan een bestaande publicatie, website of huisstijl speelt hetzelfde spanningsveld: de zittende dienstverlener kent het bestaande product van binnenuit, de uitdager moet zich inwerken. Als aanbesteder wil je dat continuïteit niet leidt tot oneerlijke bevoordeling, maar je wil óók een opvolger die de bestaande lijn begrijpt. Dit arrest trekt die lijn scherp: continuïteit mag een criterium zijn, zolang je het expliciet in het bestek zet én het referentiemateriaal openbaar is. Als uitdager betekent dat: klagen achteraf helpt niet als je het bestaande product onvoldoende hebt bestudeerd.

De les

Als je als uitdager een opdracht betwist waarin de zittende dienstverlener hoger scoorde op 'aansluiting bij het bestaande', check dan eerst twee dingen: vraagt het bestek expliciet om een voorstel 'op basis van' het bestaande product? En was dat bestaande product toegankelijk voor alle inschrijvers? Is het antwoord tweemaal ja, dan is de kans op een geslaagde schorsingsvordering klein. Focus je energie dan liever op echte asymmetrieën — informatie die niet openbaar was, vertrouwelijke knowhow die alleen de zittende had, of criteria die buiten het bestek vallen.

Te onthouden

  • Een hoger cijfer voor de zittende op 'aansluiting bij het bestaande' is niet automatisch een bevoordeling — als het bestek dit expliciet vraagt en het referentiemateriaal openbaar is.
  • Publiceer het referentiemateriaal (huidige publicatie, website, huisstijl) op een plek waar alle inschrijvers het kunnen raadplegen — zoniet ontstaat wél een informatie-asymmetrie.
  • Een scoreverschil van 10 op 20 punten (zwak versus zeer goed) is niet kennelijk onredelijk als de motivering per element concreet onderbouwd is.
  • Professionele vaktermen in een bestek ('moodboard', 'sneak peek') mogen worden verondersteld duidelijk te zijn voor inschrijvers uit de sector — de aanbesteder hoeft ze niet verder te definiëren.
  • De Raad van State toetst niet of de beoordeling 'juist' is, wel of ze berust op draagkrachtige motieven en of de aanbesteder zijn eigen bestekregels heeft gerespecteerd.

Waarop letten

  • Als aanbesteder: verwijs in het bestek expliciet naar 'huidig product' en zorg dat het digitaal raadpleegbaar is voor alle inschrijvers — niet enkel via een 'op aanvraag'-clausule.
  • Als uitdager: een subgunningscriterium dat naar 'huidige stijl' verwijst is op zich niet aanvechtbaar — maar wél zodra de zittende toegang had tot intern materiaal dat jij niet kreeg.
  • Scores 'zwak' (onder 40%) vereisen dat elk negatief element concreet in de motivering staat, niet als algemene indruk.
  • Als verzoeker in UDN moet je aannemelijk maken dat de beoordeling kennelijk onredelijk is — een andere inhoudelijke lezing van het bestek volstaat niet.

Stel jezelf de vraag

Als je bestek een subgunningscriterium bevat dat verwijst naar 'bestaande stijl', 'huidige lay-out' of 'continuïteit met het actuele product': heb je dan in het bestek zelf (a) expliciet vermeld dat dit beoordeeld wordt en (b) het referentiemateriaal aangeduid of ter beschikking gesteld aan alle inschrijvers? Zo niet, dan loop je wel degelijk een bevoordeligingsrisico.

Over deze databank

De Raad van State is het hoogste administratieve rechtscollege in België. Bij geschillen over overheidsopdrachten — van de gunning van een contract tot de uitsluiting van een inschrijver — is het de Raad van State die in laatste instantie oordeelt. De arresten in deze databank zijn door TenderWolf samengevat in begrijpelijke taal, met concrete lessen voor inschrijvers en aanbestedende overheden. Bekijk alle arresten →