Verwerping Nederlandstalig college

OEKO-TEX is niet hetzelfde als EU-Ecolabel — en de aanbesteder hoeft jouw offerte niet voor jou te repareren

Arrest nr. 266448 · 22 april 2026 · XIVe kamer

De Raad van State verwerpt de UDN-schorsing van een meubilair-inschrijver wiens offerte werd geweerd omdat hij voor stoffen waarvoor 'EU-Ecolabel of gelijkwaardig' werd geëist alleen OEKO-TEX Standard 100 voorlegde, en oordeelt dat het aan de inschrijver is om de gelijkwaardigheid te bewijzen — niet aan de aanbestedende overheid om die zelf te gaan onderzoeken.

Wat gebeurde er?

Het Agentschap Facilitair Bedrijf van de Vlaamse overheid schrijft in 2025 een Europese raamovereenkomst uit voor duurzaam hergebruik van meubilair (bestek 2025/HFB/OP/141228). De opdracht wordt gegund aan twee inschrijvers; gunningscriteria zijn prijs (50 pt), kwaliteit en sociale-circulaire samenwerking (30 pt), duurzame materialen (10 pt) en rapportering circulaire prestaties (10 pt). In de technische specificaties (punt 3.2.5.2) eist het bestek voor de aangeboden bekledingsstoffen — geweven polyester, wol en akoestische stof — dat zij voldoen aan 'EU-Ecolabel of gelijkwaardig'. Voor andere stoffen (waterafstotende stof en kunstleder met textielrug) eist het bestek expliciet 'OEKO-TEX Standard 100 of gelijkwaardig'. Het bestek maakt dus zelf het onderscheid tussen de twee labels. Drie inschrijvers dienen een offerte in, waaronder VEVA Collection. Bij de conformiteitscontrole stelt de aanbestedende overheid vast dat voor de posten 25 t.e.m. 29 (polyester, wol, akoestische stof) de gelijkwaardigheid met het EU-Ecolabel niet is aangetoond. Op 22 december 2025 stuurt zij een vraag tot verduidelijking conform art. 66, §3 Wet 17/06/2016. VEVA antwoordt op 9 januari 2026 dat alle materialen voldoen, verwijst naar de eerder bij de offerte gevoegde technische fiches en voegt enkele zelfverklaringen van stoffenleveranciers toe. Het gunningsverslag van 11 februari 2026 oordeelt dat OEKO-TEX Standard 100 — het enige label dat in de offerte werd aangereikt — niet gelijkwaardig is aan EU-Ecolabel: OEKO-TEX test eindproducten op schadelijke stoffen, terwijl EU-Ecolabel een levenscyclusbenadering hanteert (grondstoffen, productie, gebruik, einde-levensduur). De aanbesteder kon de aangeboden producten ook niet terugvinden in de EU-Ecolabel productcatalogus. De offerte wordt op 10 maart 2026 substantieel onregelmatig verklaard op basis van artikel 76, §1, vierde lid, 3° KB Plaatsing en geweerd. De opdracht wordt gegund aan de twee resterende inschrijvers. VEVA vordert schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid en voert drie middelen aan: (1) onjuiste en te enge interpretatie van 'gelijkwaardig', (2) ontoereikende motivering, en (3) schending van de mededinging / gebrekkige inzage in het dossier. De Raad van State (XIVe kamer, staatsraad Inge Vos) verwerpt de excepties van niet-ontvankelijkheid en onderzoekt de middelen ten gronde. Op art. 53, §6 Wet 17/06/2016 stelt de Raad vast dat het 'op het eerste gezicht aan de inschrijver toekomt om reeds in zijn offerte het bewijs te leveren van de gelijkwaardigheid'. De invulfiche bij de offerte — door het bestek aangeduid als 'kernbewijsdocument' — bleek bij de duurzaamheidseisen géén bewijsstukken te vermelden. De technische fiches van Aristide ('Arthur' en 'Cesar') verwezen alleen naar 'Made in EU', 'Made in Green', 'PFC-free' en OEKO-TEX Standard 100; voor de wolstoffen Qashqai en Willow FR ontbraken zelfs verwijzingen naar dergelijke labels. De later aangereikte elementen — REACH-conformiteit, Greenguard Gold, PFOS/PFAS-vrij, ISO-normering — lijken volgens de Raad niet uit de oorspronkelijke materiaalfiches af te leiden. Bovendien hoeft de aanbestedende overheid niet zelf onderzoek te doen, testresultaten op te vragen of vergelijkingen te maken die niet uit de offerte zelf volgen: dat zou neerkomen op een omkering van de bewijslast. De Raad bevestigt ook dat het bestek zelf het onderscheid maakt tussen OEKO-TEX en EU-Ecolabel — de aanbesteder behandelt ze 'bewust' niet als gelijkwaardig. Alle drie middelen worden ernstloos bevonden. De vordering wordt verworpen; VEVA wordt veroordeeld tot 200 euro rolrecht, 26 euro bijdrage en 770 euro rechtsplegingsvergoeding.

Waarom doet dit ertoe?

Voor wie bidt op overheidsopdrachten met duurzaamheidseisen is dit een waarschuwing. Het volstaat niet om 'een ander label' aan te bieden en in het verweer te zeggen dat het label 'in essentie hetzelfde doet'. De aanbesteder is geen detective: als jouw offerte de gelijkwaardigheid niet zelf aantoont, kan ze legaal geweerd worden — zelfs als je later via een art. 66, §3-verduidelijking technische fiches en zelfverklaringen aanlevert. Het venster om alsnog bewijs aan te dragen is smal en formeel: pre-existerend bewijs in de offerte zelf wint van post-hoc rechtvaardiging. En als het bestek de twee labels uitdrukkelijk verschillend gebruikt voor verschillende producten, is dat een sterk signaal dat ze niet onderling inwisselbaar zijn.

De les

Als het bestek 'X of gelijkwaardig' eist en jij stelt een ander label voor: bouw het gelijkwaardigheidsbewijs in je offerte zelf. Niet in een mail nadien, niet in een zelfverklaring achteraf. Concreet: voeg per geëiste norm (EU-Ecolabel, OEKO-TEX, ISO, REACH, etc.) per product een dossier toe waarin staat (1) wat de geëiste norm vereist, (2) wat jouw aangeboden norm vereist, (3) waar deze overlappen en (4) waarom dat in dit concrete geval voldoende is. Check vooral of het bestek zelf het onderscheid maakt tussen twee labels — als er voor sommige posten OEKO-TEX wordt gevraagd en voor andere EU-Ecolabel, kan je niet stiekem OEKO-TEX gebruiken waar EU-Ecolabel wordt geëist.

Te onthouden

  • Bij 'X of gelijkwaardig' (art. 53, §6 Wet 17/06/2016) ligt de bewijslast bij de inschrijver, niet bij de aanbestedende overheid
  • OEKO-TEX Standard 100 en EU-Ecolabel zijn niet gelijkwaardig: OEKO-TEX test schadelijke stoffen, EU-Ecolabel hanteert een levenscyclusbenadering
  • Een 'invulfiche duurzame materialen' die niet wordt ingevuld bij de duurzaamheidseisen, vormt geen bewijs van gelijkwaardigheid
  • Een art. 66, §3-verduidelijkingsvraag kan geen gaten in de offerte invullen die er bij indiening niet stonden
  • Als het bestek twee labels uitdrukkelijk voor verschillende productgroepen vraagt, behandelt het ze bewust als niet-gelijkwaardig

Waarop letten

  • Bestekken waarin verschillende labels voor verschillende productcategorieën worden geëist — dat is een rode vlag dat substitutie niet zonder meer kan
  • Technische fiches die wel labels vermelden maar niet de specifiek geëiste norm
  • De verleiding om in de verduidelijkingsfase nieuwe certificeringen aan te voeren (REACH, ISO, Greenguard) die niet in de oorspronkelijke offerte zaten
  • Het ontbreken van bewijsstukken in de kolommen van de invulfiche bij duurzaamheidswensen (niet alleen bij minimumeisen)

Stel jezelf de vraag

Voor elke 'X of gelijkwaardig'-eis in een bestek: kan je in jouw offerte één PDF, één paragraaf, één bewijsstuk aanwijzen dat per aangeboden product expliciet aantoont waarom jouw label gelijkwaardig is? Zo niet, dan loop je risico op weren — ook al ben je intrinsiek conform.

Over deze databank

De Raad van State is het hoogste administratieve rechtscollege in België. Bij geschillen over overheidsopdrachten — van de gunning van een contract tot de uitsluiting van een inschrijver — is het de Raad van State die in laatste instantie oordeelt. De arresten in deze databank zijn door TenderWolf samengevat in begrijpelijke taal, met concrete lessen voor inschrijvers en aanbestedende overheden. Bekijk alle arresten →