Schorsing Nederlandstalig college

Tweede keer, zelfde formule: Raad van State schorst ook de gunning van het groenonderhoud op de A-wegen Oost, nu het Vlaamse Gewest zich niet eens meer verdedigt

Arrest nr. 267609 · 11 september 2026 · XIVe kamer

Drie weken nadat de Raad van State de gunning van het groen- en netheidsonderhoud op de A-wegen West had geschorst, schorste hij om dezelfde redenen ook de gunning van de parallelle opdracht voor de A-wegen Oost (Leuven – Aarschot): het Vlaamse Gewest had de offerte van de NV K. geweerd omdat haar rendement van 14.000 m/dag voor het vangrailmaaien ‘gezien de uitvoeringsomstandigheden en de vastgestelde rendementen van de afgelopen jaren’ onrealistisch hoog was, maar die formule is te vaag en de cijfers uit het verleden waren nooit aan K. voorgelegd — en het Gewest legde geen dossier neer en gedroeg zich naar de wijsheid van de Raad.

Wat gebeurde er?

Het Vlaamse Gewest schreef met een openbare procedure, nationaal en Europees bekendgemaakt, een dienstenopdracht uit voor het ‘Groen- en netheidsonderhoud op de autosnelwegen in de provincie Vlaams-Brabant: A-wegen Oost (D213, Leuven – D214, Aarschot)’. Vijf inschrijvers dienden een offerte in, onder wie de NV K. en de NV S. Het totaalbedrag van K. lag meer dan 15 % onder het wettelijk gemiddelde, zodat het wettelijk vermoeden van abnormaliteit van artikel 36, § 4 van het KB van 18 april 2017 speelde. K. leverde tijdig een gedetailleerde, met documenten gestaafde prijsverantwoording aan en die hield stand voor de totaalprijs: de verkoopprijzen voor personeel en materieel en de stortkosten — samen meer dan 90 % van het offertebedrag — werden afgetoetst aan courant gangbare prijzen en normaal bevonden. De lonen voldeden ‘nét’ aan de wettelijke minima van paritair comité 145.4 en werden als laag maar normaal beoordeeld; de toeslag voor algemene kosten, winst en risico was eerder hoog, maar niet abnormaal. Bij de eenheidsprijzen onderzocht het Gewest alle posten met een aandeel boven 1 % (samen ongeveer 74 % van het bedrag) en vroeg het verantwoording voor de posten 46, 51, 79, 124 en 215. Vier daarvan werden aanvaard, ook al waren sommige rendementen ‘hoog’: 30.000 m²/dag voor het maaien van graslanden op boven- en onderbermen (post 46), 12.000 m/dag voor het wegnemen van overhangende takken (post 79) en 5.500 m²/dag voor het kuisen van verhardingen langs de middenberm (post 124). Post 51 — de meerprijs voor het vangrailmaaien, waarvoor K. 14.000 m/dag vooropstelde — werd ‘gezien de uitvoeringsomstandigheden en de vastgestelde rendementen van de afgelopen jaren als onrealistisch hoog beoordeeld’. Die ene post volstond om de offerte als substantieel onregelmatig te weren. Op 22 juli 2026 gunde het Gewest de opdracht aan de NV S.; bij aangetekende brief van 30 juli 2026 vernam K. dat haar offerte was geweerd. Op 14 augustus 2026 stelde zij een vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid in; de zaak werd behandeld op 9 september 2026. K. legde daarbij als nieuw stuk het arrest nr. 267.492 van 21 augustus 2026 neer, dat tussen dezelfde partijen over een andere overheidsopdracht (de A-wegen West) was gewezen; de Raad zag geen reden om het uit het debat te weren. Opvallend was de houding van het Gewest: het legde geen administratief dossier neer, diende geen nota met opmerkingen in en liet bij brief van 3 september 2026 en ter zitting weten zich te gedragen naar het oordeel van de Raad. De Raad behandelde het motiveringsmiddel en het transparantiemiddel samen. Prima facie stelde hij vast dat de motivering zich beperkte tot een ‘vage en stereotiepe verwijzing’ naar de uitvoeringsomstandigheden, gecombineerd met niet nader toegelichte rendementen van de afgelopen jaren — dezelfde formule die het gunningsverslag ook gebruikte om drie posten van een andere inschrijver af te keuren. Zo kon K. niet met kennis van zaken beoordelen of een betwisting in rechte zinvol was. Het Gewest betwistte bovendien niet dat het zich voor die rendementen baseerde op gegevens die niet in de opdrachtdocumenten stonden en niet van K. kwamen. Artikel 36, § 3, derde lid van het KB van 18 april 2017 laat dat toe, maar alleen als het bestuur die gegevens eerst aan de inschrijver voorlegt zodat hij kan reageren; volgens het Verslag aan de Koning volgt dat uit artikel 69.3 van richtlijn 2014/24/EU en waarborgt het de rechten van verdediging. Dat was hier niet gebeurd. Een beroep op de vertrouwelijkheidsplicht van artikel 13, § 2 van de wet van 17 juni 2016 maakte het Gewest evenmin aannemelijk: feitelijk behaalde rendementen uit de uitvoering van een eerdere opdracht zijn prima facie geen fabrieks- of bedrijfsgeheim en geen vertrouwelijk aspect van een concurrerende offerte. Omdat het Gewest ook geen negatieve gevolgen van een schorsing aanvoerde en de Raad er zelf geen zag, beval hij de schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid van de beslissing van 22 juli 2026.

Waarom doet dit ertoe?

Dit arrest is minder nieuw dan het lijkt, en net daarom leerrijk. De juridische lijn komt letterlijk uit het arrest nr. 267.492 over de opdracht voor de A-wegen West: een aanbesteder die een prijsverantwoording afwijst op basis van ‘rendementen van de afgelopen jaren’, moet zeggen welke cijfers dat zijn en moet ze eerst aan de inschrijver voorleggen. Wat dit tweede arrest toevoegt, is de bevestiging dat het geen toevallige uitglijder was, maar een systeemfout in de manier waarop het Gewest abnormale eenheidsprijzen beoordeelde — de formule dook in één en hetzelfde gunningsverslag op voor twee inschrijvers en vier posten, en in twee afzonderlijke opdrachten. Een gunningsverslag dat met sjabloonzinnen werkt, is dan ook kwetsbaar op elke plaats waar die zinnen staan. Het arrest laat ook zien dat één afgekeurde post volstaat om een offerte te weren, maar dat het bestuur zijn motivering dan juist voor die ene post sluitend moet maken: hier werden vier van de vijf bevraagde posten aanvaard, en hing de hele wering aan het vangrailmaaien. Tot slot is de procedurele houding van het Gewest veelzeggend. Wie geen dossier neerlegt en zich naar de wijsheid van de Raad gedraagt, laat de feitelijke beweringen van de verzoeker onbetwist — de Raad kon prima facie aannemen dat de gegevens extern waren en nooit waren voorgelegd. Voor inschrijvers die in meerdere opdrachten tegen hetzelfde bestuur uitkomen, is het bovendien een les in hergebruik: een gunstig arrest tussen dezelfde partijen mag als nieuw stuk worden ingebracht.

De les

Bent u aanbestedende overheid, lees uw gunningsverslag dan niet alleen per offerte maar ook horizontaal: komt dezelfde formule terug bij meerdere inschrijvers, posten of opdrachten, dan is de kans groot dat ze nergens volstaat. Schrijf bij elke afgekeurde post welk rendement u als realistisch beschouwt, uit welke opdracht en welk jaar dat cijfer komt, en waarom het opgegeven rendement daar te ver van afwijkt. Komen die gegevens niet van de inschrijver, leg ze hem dan voor en laat hem reageren vóór u beslist — vertrouwelijkheid is geen excuus voor feitelijke uitvoeringscijfers. En is een parallelle beslissing al geschorst, trek dan de consequentie voor uw andere opdrachten in plaats van een tweede schorsing af te wachten. Bent u inschrijver, ga dan na of de wering steunt op één post en of de motivering voor precies die post meer bevat dan een algemene verwijzing naar ervaring. Hebt u al een gunstig arrest tegen hetzelfde bestuur over een gelijkaardige beslissing, leg het neer: de Raad weert zo’n stuk niet als het bestuur er al kennis van kon nemen.

Te onthouden

  • Een vage en stereotiepe verwijzing naar ‘de uitvoeringsomstandigheden en de vastgestelde rendementen van de afgelopen jaren’ is prima facie geen afdoende motivering voor de wering van een offerte wegens een abnormale eenheidsprijs.
  • Gebruikt de aanbesteder bij de beoordeling van een prijsverantwoording gegevens die niet van de inschrijver komen, dan moet hij die eerst aan de inschrijver voorleggen (art. 36, § 3, derde lid KB 18 april 2017; art. 69.3 richtlijn 2014/24/EU).
  • Feitelijk behaalde rendementen bij de uitvoering van een eerdere opdracht zijn prima facie geen fabrieks- of bedrijfsgeheim en mogen niet aan tegenspraak worden onttrokken.
  • Eén afgekeurde post (hier post 51, vangrailmaaien aan 14.000 m/dag) kan volstaan om een offerte te weren, maar dan moet de motivering voor die post sluitend zijn.
  • Het Gewest legde geen administratief dossier neer en gedroeg zich naar de wijsheid van de Raad; de beweringen van de verzoeker bleven daardoor onbetwist.
  • Een eerder arrest tussen dezelfde partijen over een andere opdracht (nr. 267.492) mocht als nieuw stuk worden neergelegd.

Waarop letten

  • Sjabloonformules in gunningsverslagen die bij meerdere inschrijvers, posten of opdrachten terugkomen.
  • Het onderscheid tussen de aanvaarde totaalprijs en de afgekeurde eenheidsprijzen: een offerte kan op één post sneuvelen.
  • Het moment van de tegenspraak: na ontvangst van de prijsverantwoording, vóór de gunningsbeslissing.
  • De gevolgen van een passieve proceshouding van het bestuur voor de beoordeling prima facie.
  • Vertrouwelijkheidsverzoeken voor de eigen prijsverantwoording: wat in het gunningsverslag zelf is overgenomen, wordt niet als vertrouwelijk behandeld als de inschrijver daar niet om vraagt.

Stel jezelf de vraag

Als aanbesteder: gebruikt uw gunningsverslag voor verschillende inschrijvers of posten dezelfde zin om een rendement onrealistisch te noemen, zonder cijfers of bron? Hebt u de externe gegevens waarop u een prijsverantwoording afwijst — eigen metingen, rendementen uit vorige opdrachten — eerst aan de inschrijver voorgelegd en zijn reactie beoordeeld? Weet u dat feitelijk behaalde rendementen uit een eerdere opdracht prima facie niet onder de vertrouwelijkheidsplicht vallen? Als inschrijver: steunt de wering van uw offerte op één post, en staat er voor die post een concreet, toetsbaar motief in de beslissing? Hebt u al een arrest tegen hetzelfde bestuur over een vergelijkbare beslissing dat u als stuk kunt inbrengen? Beseft u dat een bestuur dat geen dossier neerlegt en zich naar de wijsheid van de Raad gedraagt, uw feitelijke beweringen in de praktijk onbetwist laat?

Gerelateerde arresten

Over deze databank

De Raad van State is het hoogste administratieve rechtscollege in België. Bij geschillen over overheidsopdrachten — van de gunning van een contract tot de uitsluiting van een inschrijver — is het de Raad van State die in laatste instantie oordeelt. De arresten in deze databank zijn door TenderWolf samengevat in begrijpelijke taal, met concrete lessen voor inschrijvers en aanbestedende overheden. Bekijk alle arresten →