Autre Chambre francophone

Vijf opeenvolgende beroepen tegen dezelfde opdracht leiden niet automatisch tot een verhoogde rechtsplegingsvergoeding wegens 'kennelijk onredelijke situatie'

Arrêt nr. 263455 · 27 mai 2025 · VIe kamer

De Raad van State stelt vast dat het beroep tegen de vijfde opeenvolgende gunningsbeslissing voor een opdracht voor onderhoud van autosnelwegbermen zonder voorwerp is geworden na intrekking, maar kent slechts het basisbedrag van 770 euro aan rechtsplegingsvergoeding toe — het loutere feit dat dezelfde opdracht al vijfmaal aanleiding heeft gegeven tot gecensureerde beslissingen maakt op zich geen 'kennelijk onredelijke situatie' uit in de zin van artikel 30/1 van de Gecoördineerde Wetten op de Raad van State.

Que s'est-il passé ?

De Société wallonne de Financement complémentaire des Infrastructures (SOFICO) schreef een opdracht voor diensten uit met als voorwerp borstel-, ruimings-, netheids- en groendiensten voor autosnelwegbermen (bestek SOF-MI-08.06.02-23-2843). Op 29 maart 2024 gunde SOFICO de opdracht aan SA Krinkels, met SA A2 als tweede-gerangschikte. SA A2 stelde op 26 april 2024 een vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid en een vernietigingsberoep in. Bij beschikking van 30 april 2024 werd de zaak bepaald op 22 mei 2024, maar op 14 mei 2024 kondigde SOFICO haar voornemen tot intrekking aan. De zaak werd sine die uitgesteld. Op 31 mei 2024 trok SOFICO de gunningsbeslissing effectief in en stelde de inschrijvers daarvan in kennis op 4 juni 2024. Op 5 september 2024 nam SOFICO opnieuw een gunningsbeslissing ten gunste van Krinkels. Bij beschikking van 7 november 2024 werd de zaak opnieuw vastgesteld op 27 november 2024. Kamervoorzitter David De Roy bracht verslag uit en eerste auditeur Muriel Vanderhelst gaf een met het arrest eensluidend advies. De Raad stelde vast dat de intrekking definitief was — er was geen beroep tegen ingesteld — en paste artikel 30, paragraaf 5, van de Gecoördineerde Wetten toe: het beroep tot nietigverklaring en de vordering tot schorsing waren zonder voorwerp geworden. Het bijzondere aan deze zaak was de voorgeschiedenis. Het was het vijfde beroep van SA A2 tegen opeenvolgende gunningsbeslissingen voor dezelfde opdracht. De eerste drie beroepen (zaaknummers A. 235.885, A. 237.540 en A. 238.086) hadden telkens geleid tot een intrekking door SOFICO. Het vierde beroep (A. 239.511) had geleid tot een vernietigingsarrest (nr. 258.579 van 25 januari 2024). SA A2 vroeg daarom een verhoogde rechtsplegingsvergoeding van 3.080 euro — het dubbele van het basisbedrag — op grond van het 'kennelijk onredelijke' karakter van de situatie (artikel 30/1, paragraaf 2, derde criterium). Zij beriep zich op arrest nr. 250.395 van 23 april 2021, waarin de Raad het kennelijk onredelijke karakter had afgeleid uit de inertie van de aanbestedende overheid tijdens en naast de gerechtelijke procedures. De Raad wees de verhoging af. De zaak lag niet vergelijkbaar: er was geen sprake van inertie of obstructie. Het loutere feit dat de gunning van dezelfde opdracht al meermaals was gecensureerd, maakte op zich geen kennelijk onredelijke situatie uit. Bovendien had SA A2 in elk van de vier eerdere procedures al een rechtsplegingsvergoeding ontvangen. De Raad kende het basisbedrag van 770 euro toe. De kosten — rolrecht 200 euro, bijdrage 24 euro en rechtsplegingsvergoeding 770 euro — kwamen ten laste van SOFICO.

Pourquoi c'est important ?

Dit arrest verduidelijkt de drempel voor een verhoogde rechtsplegingsvergoeding wegens een 'kennelijk onredelijke situatie'. Zelfs wanneer een aanbestedende overheid herhaaldelijk mislukt in de gunning van dezelfde opdracht — vijf opeenvolgende beslissingen die worden ingetrokken of vernietigd — volstaat dat op zich niet. Het arrest nr. 250.395 vereiste een bijkomend element van inertie of obstructie. Het loutere feit dat meerdere beslissingen zijn gecensureerd, is niet genoeg zolang de aanbestedende overheid telkens een nieuwe poging onderneemt.

La leçon

Als je als inschrijver een verhoogde rechtsplegingsvergoeding vraagt, moet je meer kunnen aantonen dan een reeks gecensureerde beslissingen. De 'kennelijk onredelijke situatie' van artikel 30/1, paragraaf 2, vereist een bijkomend element — zoals inertie of obstructie van de aanbestedende overheid. De herhaling op zich volstaat niet, zeker niet wanneer je in elk van de eerdere procedures al een vergoeding hebt ontvangen.

Posez-vous la question

Als ik een verhoogde rechtsplegingsvergoeding vraag, kan ik dan méér aantonen dan alleen de herhaling van gecensureerde beslissingen — zoals inertie, obstructie of ander kennelijk onredelijk gedrag van de aanbestedende overheid?

À propos de cette base de données

Le Conseil d'État (Raad van State) est la plus haute juridiction administrative de Belgique. En matière de marchés publics — de l'attribution d'un contrat à l'exclusion d'un soumissionnaire — le Conseil d'État tranche en dernier ressort. Les arrêts de cette base de données sont résumés par TenderWolf en langage clair, avec des leçons pratiques pour les soumissionnaires et les pouvoirs adjudicateurs. Voir tous les arrêts →