Gunningscriteria die kortere uitvoeringstermijnen belonen, zijn geen vrijbrief om minimale veiligheidseisen in het bestek naast je neer te leggen
De Raad van State verwerpt de vordering van de tweede geweerde inschrijver tegen dezelfde gunning voor asbestverwijdering in tunnel 't Zand, en bevestigt dat de eis om het rijden naast een hermetische zone zoveel mogelijk te beperken een minimale bestekeis is — ook al creëren de gunningscriteria voor uitvoeringstermijn en beperking van tunnelsluiting een stimulans om het verkeer zo lang mogelijk open te houden.
Que s'est-il passé ?
Dit arrest betreft de vordering van de tweede geweerde inschrijver in dezelfde procedure als arrest nr. 263.714: de openbare procedure van het Agentschap Wegen en Verkeer voor het verwijderen van asbesthoudende platen in tunnel 't Zand op de R30 in Brugge. NV V.A. vorderde op 3 juni 2025 de schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid van de gunningsbeslissing van 15 mei 2025 ten gunste van nv V.S. De verzoekende partij had in haar offerte een fasering in vier deelfasen voorgesteld waarbij het verkeer over de volledige lengte van de tunnel — weliswaar telkens over een halve lengte per deelfase — rechtstreeks langs de werkzone en de hermetische zone zou rijden. In de rijstroken zelf werd een fysieke barrière geplaatst tussen het doorgaand verkeer en de hermetische zone. Wanneer in de parallelle koker werd gewerkt, werd het rijden naast de hermetische zone beperkt tot de in- en uitgangen van die koker. De verwerende partij oordeelde dat de inspanningen om de contactzones te beperken onvoldoende waren in vergelijking met de twee voorgestelde faseringen in het bestek, waarin het verkeer nergens rechtstreeks langs de hermetische zone reed. Naast het argument dat de eis 'zoveel mogelijk beperken' nergens als minimale eis was aangeduid — hetzelfde argument als in arrest 263.714 — voerde NV V.A. een bijkomend argument aan over de gunningscriteria. Zij betoogde dat de weging van de criteria een 'incentive' vormde om een oplossing voor te stellen waarbij het doorgaand verkeer mogelijk bleef: het subgunningscriterium 'veiligheid' woog slechts 5 van de 15 punten voor het plan van aanpak, terwijl de criteria 'totale uitvoeringstermijn' (5 punten) en 'termijn voor het afsluiten van de weg voor doorgaand verkeer' (20 punten) samen viermaal zoveel wogen. Die criteria beloonden kortere tunnelsluitingen en kortere uitvoeringstermijnen — wat volgens de verzoekende partij onverenigbaar was met het beschouwen van verkeersbeperking naast de hermetische zone als minimale eis. Zij wees er ook op dat ze in haar plan van aanpak concrete veiligheidsmaatregelen had voorzien: voorlopige jerseys, geklemde zware schoren om de meter, krimpfolie, binnenfolie en snelheidsbeperking tot 30 km/u om zuigkracht uit te sluiten. Voorts voerde zij de schending aan van artikel 147, § 5, van de wet van 17 juni 2016, een bepaling die geldt in de speciale sectoren. Staatsraad Patricia De Somere bracht als waarnemend voorzitter verslag uit en auditeur Frederick Ongena gaf een eensluidend advies. De Raad volgde de verzoekende partij niet. Op dezelfde gronden als in arrest 263.714 oordeelde de Raad dat de eis om het rijden naast de hermetische zone zoveel mogelijk te beperken uit het geheel van de bestekbepalingen als minimale vereiste kon worden afgeleid. Over het bijkomende argument van de gunningscriteria oordeelde de Raad dat enkel regelmatige offertes — die voldoen aan de minimale eisen — in aanmerking komen voor toetsing aan de gunningscriteria. Uit de beschrijving en de weging van die criteria kan geen conclusie worden getrokken over het al dan niet essentieel karakter van een bestekeis die de regelmatigheid van de offertes betreft. Het feit dat een subgunningscriterium 'veiligheid' bestaat, verhindert niet dat een offerte als substantieel onregelmatig wordt geweerd bij niet-naleving van een minimale veiligheidseis. Omgekeerd staat het voldoen aan die minimale eis er niet aan in de weg dat een offerte bij de toetsing aan de criteria 'uitvoeringstermijn' en 'tunnelsluiting' meer punten behaalt door de sluiting zo kort mogelijk te houden — binnen de grenzen van de minimale eis. De verzoekende partij had ten onrechte uit die criteria een 'incentive' afgeleid om verkeer voortdurend rechtstreeks langs de hermetische zone te laten rijden. Het middel betreffende artikel 147, § 5, was niet ontvankelijk omdat die bepaling geldt in de speciale sectoren en hier niet van toepassing was. Het enig middel was niet ernstig. De vordering werd verworpen. De kosten — rolrecht van 200 euro, bijdrage van 26 euro en rechtsplegingsvergoeding van 770 euro — werden ten laste van de verzoekende partij gelegd.
Pourquoi c'est important ?
Dit arrest vormt de pendant van arrest nr. 263.714 en voegt een belangrijke nuance toe: gunningscriteria die kortere uitvoeringstermijnen of minder hinder voor het verkeer belonen, zijn geen 'incentive' om minimale veiligheidseisen uit het bestek te negeren. De Raad maakt een strikte scheiding tussen de regelmatigheidstoets — voldoet de offerte aan de minimale eisen? — en de toetsing aan de gunningscriteria, die pas daarna aan de orde komt. De weging van de gunningscriteria zegt niets over het al dan niet essentieel karakter van bestekeisen die de regelmatigheid betreffen. Het feit dat de verzoeker concrete veiligheidsmaatregelen had voorzien (fysieke barrières, snelheidsbeperking) volstond niet: de minimale eis betrof het beperken van het rijden naast de hermetische zone zelf, niet het nemen van compenserende maatregelen.
La leçon
Leid uit de weging van gunningscriteria geen conclusies af over wat wel of geen minimale bestekeis is. Een laag gewogen subcriterium 'veiligheid' betekent niet dat de veiligheidseisen in het bestek vrijblijvend zijn — die eisen bepalen de regelmatigheid van je offerte, en de gunningscriteria komen pas daarna aan bod. Compenserende maatregelen (fysieke barrières, snelheidsbeperking) volstaan niet als het bestek de activiteit zelf wil beperken, niet alleen de risico's ervan. Zoek naar tijdswinst binnen de grenzen van de minimale eisen, niet door die eisen terzijde te schuiven.
Posez-vous la question
Heb ik bij het zoeken naar een optimale score op gunningscriteria die uitvoeringstermijn en hinder belonen, gecontroleerd of mijn voorstel nog steeds voldoet aan de minimale veiligheids- en andere eisen in het bestek — of heb ik die eisen opgeofferd aan een hogere puntenscore?
À propos de cette base de données
Le Conseil d'État (Raad van State) est la plus haute juridiction administrative de Belgique. En matière de marchés publics — de l'attribution d'un contrat à l'exclusion d'un soumissionnaire — le Conseil d'État tranche en dernier ressort. Les arrêts de cette base de données sont résumés par TenderWolf en langage clair, avec des leçons pratiques pour les soumissionnaires et les pouvoirs adjudicateurs. Voir tous les arrêts →