Vraag je rechtsplegingsvergoeding ten laatste 5 dagen vóór de zitting — anders is je verzoek te laat, ook al win je de zaak
Het Waals Gewest trok de bestreden gunningsbeslissing in vóór het annulatie-arrest; de Raad verklaarde het beroep zonder voorwerp, maar wees de rechtsplegingsvergoeding van €2.800 af omdat de verzoekster die pas op de zitting opwierp.
Wat gebeurde er?
Het Waals Gewest had op 4 september 2014 lot 6 van een raamovereenkomst voor gerechtsdeurwaarders (marché O7.00.01-13G05) toegewezen aan vier verenigingen. ASSOCIATION DES YERNAUX en E.P.Y.-E.G.G. — twee deurwaarderskantoren die niet aan bod waren gekomen — dienden op 22 september 2014 een annulatieberoep én een UDN-vordering in. Op 30 oktober 2014 sprak de Raad van State de schorsing uit (arrest nr. 228.988). In plaats van die schorsing te bestrijden, koos het Waals Gewest voor een andere uitweg: op 5 mei 2015 trok het de gunningsbeslissing volledig in en heraanbestedde. In de nieuwe beslissing werden alle kandidaten geselecteerd, alle offertes regelmatig verklaard, en het lot opnieuw aan dezelfde vier verenigingen gegund (met Bertrand WAMBERSY als reservist). Een tweede UDN-procedure tegen die nieuwe beslissing leverde de Yernaux-zijde géén schorsing op. Door de intrekking verloor het oorspronkelijke beroep zijn voorwerp: de Raad stelde vast dat er niet meer te oordelen viel en hief de schorsing van 30 oktober 2014 op. Daarmee gaat de zaak formeel naar de verliezerszijde — maar omdat de intrekking aan het Gewest is toe te rekenen, draagt het Gewest wel de 'andere dépens' (rolrecht en bijdrage, samen €2.950). De twist op het einde ging over de rechtsplegingsvergoeding. Ter zitting van 21 oktober 2015 vroegen verzoeksters om de partij adverse te veroordelen tot de maximale rechtsplegingsvergoeding van €2.800, gerechtvaardigd door de complexiteit van de zaak en de langere pleitnota's in de UDN-procedure. De Raad weigerde. Artikel 84/1 van het KB van 23 augustus 1948 vereist dat elke proceshandeling of liquidatienota het gevraagde bedrag van de rechtsplegingsvergoeding vermeldt, en dat een bijgestelde aanvraag uiterlijk 5 dagen vóór de zitting moet worden neergelegd. Die regel bestaat opdat de tegenpartij en de auditeur zich op die vordering kunnen voorbereiden. Alleen in UDN-schorsings- of voorlopige-maatregelenprocedures mag de rechtsplegingsvergoeding tot de sluiting van de debatten worden gevraagd — niet in een annulatieberoep. Bij gebreke van een tijdige geschreven vraag werd de mondelinge vraag op de zitting laattijdig en niet ontvankelijk verklaard. Vijf parallelle arresten op dezelfde dag (nrs. 232.779, 232.780, 232.781, 232.782 en 232.784) lossen identieke geschillen op over andere loten van hetzelfde marché af, met exact dezelfde uitkomst: zonder voorwerp + rechtsplegingsvergoeding geweigerd wegens laattijdigheid.
Waarom doet dit ertoe?
Wie schorsing krijgt, denkt snel: 'we hebben gewonnen, de aanbesteder moet de rekening dragen'. Niet vanzelfsprekend. Als de aanbesteder vervolgens de beslissing intrekt — eventueel met een nieuwe gunning die op hetzelfde neerkomt — wordt jouw annulatieberoep zonder voorwerp. De andere dépens (rolrecht, bijdrage) krijg je dan wel terug, maar de rechtsplegingsvergoeding — typisch het zwaarste kostenpunt voor je advocaat — moet je expliciet en op tijd vragen. Vergeet je dat, dan blijven jouw advocaatkosten ondanks alles bij jou.
De les
Vraag in jouw inleidend verzoekschrift én in elke memorie standaard de gewenste rechtsplegingsvergoeding (en het bedrag, op zijn maximum als je dat wenst). Wijzig je het bedrag, dien dan een liquidatienota in ten laatste 5 dagen vóór de zitting. In gewone annulatie- en schorsingsprocedures mag je daar niet op de zitting nog mee komen.
Te onthouden
- Intrekking van de bestreden beslissing maakt het annulatieberoep zonder voorwerp — ook al was er al schorsing
- Rechtsplegingsvergoeding moet je expliciet vragen, met bedrag, in een proceshandeling of liquidatienota
- Wijziging van het bedrag: ten laatste 5 dagen vóór de zitting (art. 84/1 KB 23/08/1948)
- Alleen in UDN-schorsings- of voorlopige-maatregelenprocedures mag je tot sluiting van de debatten je vergoeding nog vragen — niet in annulatie
- De 'andere dépens' (rolrecht, bijdrage) volgen wel als de intrekking aan de aanbesteder is toe te rekenen
Waarop letten
- Een schorsings-arrest gevolgd door een intrekking zonder dat jouw cliënt zijn verzoek 'gepoursuivit': dossier sluit zonder voorwerp
- Ter zitting is het te laat om voor het eerst rechtsplegingsvergoeding te vragen — neem die mondeling op de zitting alleen op in UDN
- Een 'heraanbesteding' die op dezelfde gunning uitkomt: bestrijd ook die opnieuw met een eigen UDN, anders blijft de oude gunning materieel in stand
Stel jezelf de vraag
Voor elke beroep dat ik indien: staat de rechtsplegingsvergoeding-aanvraag (mét bedrag) zwart op wit in mijn verzoekschrift? En heb ik in mijn agenda staan om 6 dagen voor zitting nog na te gaan of het bedrag aangepast moet worden?
Gerelateerde arresten
Over deze databank
De Raad van State is het hoogste administratieve rechtscollege in België. Bij geschillen over overheidsopdrachten — van de gunning van een contract tot de uitsluiting van een inschrijver — is het de Raad van State die in laatste instantie oordeelt. De arresten in deze databank zijn door TenderWolf samengevat in begrijpelijke taal, met concrete lessen voor inschrijvers en aanbestedende overheden. Bekijk alle arresten →