Verwerping Nederlandstalig college

Wachten op het integrale beoordelingsverslag laat de schorsingstermijn niet stilstaan

Arrest nr. 240864 · 1 maart 2018 · XIIe kamer

De Raad van State verwerpt een UDN tegen de aanduiding van een voorkeursbieder in een PPS-onderhandelingsprocedure als laattijdig: de termijn van 15 dagen liep al vanaf de eerste kennisneming op 27 november 2017, ook al kreeg de THV pas op 16 januari 2018 het volledige beoordelingsverslag.

Wat gebeurde er?

De stad Lommel schreef in oktober 2016 via Europese bekendmaking een onderhandelingsprocedure met bekendmaking uit voor een PPS-samenwerking voor gebiedsontwikkeling 'Mudakkers' — onder meer voor het ontwerp en de bouw van een nieuwe publieke ondergrondse parking voor 250 plaatsen. Slechts twee geselecteerde kandidaten dienden uiteindelijk een offerte in: de tijdelijke handelsvennootschap B&R Development / Curaedis Group, en NV Kolmont Woonprojecten. Op 21 november 2017 besliste het schepencollege van Lommel om Kolmont aan te wijzen als voorkeursbieder en de THV op te nemen in de 'wachtkamer'. Concreet betekent dat: de stad onderhandelt eerst exclusief met Kolmont; pas als die onderhandelingen mislukken, schuift de THV in beeld. Bij brief en e-mail van 27 november 2017 deelde de stad de beslissing mee aan de THV, samen met een uittreksel uit het beoordelingsverslag — alléén het deel over de offerte van de THV zelf. De THV vroeg op 13 december 2017 het integrale beoordelingsverslag op. De stad weigerde aanvankelijk: zolang er nog onderhandeld werd met de voorkeursbieder, was de THV niet definitief uitgesloten en zou ze het volledige verslag pas bij definitieve gunning ontvangen. Pas na een beroep bij de Beroepsinstantie inzake openbaarheid van bestuur stuurde de raadsman van de stad het volledige beoordelingsverslag op 16 januari 2018 toe. Op 31 januari 2018 — vijftien dagen na ontvangst van het volledige verslag — diende de THV een schorsingsverzoek bij uiterst dringende noodzakelijkheid in. De tussenkomende partij Kolmont wierp meteen een exceptie van laattijdigheid op: het verzoekschrift moest binnen 15 dagen na kennisgeving of kennisneming worden ingediend (art. 23, § 3 wet 17/06/2013). Die termijn liep volgens haar vanaf 27 november 2017, dus eindigde uiterlijk 12 december 2017. De THV verdedigde zich op drie sporen. Ten eerste: de brief van 27 november vermeldde de beroepsmogelijkheid slechts 'terloops', zonder rechtsgrond, termijn of verhaalinstantie. Op grond van artikel 35 van het Vlaamse Openbaarheidsdecreet en artikel 19, tweede lid RvS-Wet, zou de termijn dus pas vier maanden na de kennisgeving aanvangen. Ten tweede: de raadsman van de stad had op 13 december 2017 zelf bevestigd dat de definitieve gunningsbeslissing nog niet was genomen en dat 'de beroepstermijn nog niet beginnen lopen' was. Ten derde: zonder het integrale verslag konden de verzoekers de rechtmatigheid van de beslissing niet beoordelen, dus moest de termijn pas vanaf 16 januari 2018 ingaan. De Raad van State verwerpt alle drie de argumenten. (1) Artikel 9/1 van de Wet van 17 juni 2013 is de specifieke regeling voor de vermelding van rechtsmiddelen bij overheidsopdrachten. De sanctie bij ontbreken (verlenging met 4 maanden) is daar uitdrukkelijk beperkt tot het beroep tot vernietiging — niet de UDN. Bovendien is een aanduiding van voorkeursbieder in een onderhandelingsprocedure prima facie geen verplichte kennisgeving in de zin van de artikelen 7-9 van diezelfde wet, zodat artikel 9/1 sowieso niet lijkt te gelden. (2) De brief van 13 december sloeg op een ándere beslissing — de nog te nemen definitieve gunning — en niet op de aanduiding van de voorkeursbieder. Verzoekers konden zich daar dus niet op beroepen. (3) Artikel 23, § 1, tweede lid (termijn loopt pas zodra motivering is meegedeeld) speelt enkel als de wet een mededelingsplicht oplegt — en bij een onderhandelingsprocedure-voorkeursbieder doet ze dat prima facie niet. Bovendien hadden verzoekers in hun verzoekschrift zelf erkend dat ze van de beslissing kennis namen op 27 november 2017. Resultaat: vordering verworpen. THV en tussenkomende partij beide veroordeeld tot kosten — de THV elk voor de helft (rolrecht 400 euro + rechtsplegingsvergoeding 700 euro aan de stad), Kolmont voor het rolrecht van 150 euro voor de tussenkomst.

Waarom doet dit ertoe?

Voor wie deelneemt aan een onderhandelingsprocedure met bekendmaking is dit arrest cruciaal. De UDN-termijn van 15 dagen voelt kort, maar wordt door de Raad streng toegepast — en de uitzonderingen die je gewend bent uit andere overheidsbeslissingen (vier maanden bij ontbrekende rechtsmiddelenvermelding) zijn hier niet van toepassing, of in elk geval niet voor de UDN. Er zit ook een diepere les in: de aanduiding van een voorkeursbieder is zelf misschien niet eens een verplichte 'kennisgeving' in de zin van de Rechtsbeschermingswet. De Raad zegt het meermaals: in een onderhandelingsprocedure verplicht artikel 7/1 enkel tot informatie 'op verzoek' van de inschrijver, en alleen 'over het verloop en de voortgang van de onderhandelingen' — geen gemotiveerde beslissing. Dat verklaart waarom de aanbesteder in zo'n procedure veel meer ademruimte heeft dan in een klassieke openbare procedure. De meest praktische tip: wacht niet op het integrale beoordelingsverslag. Zodra je weet dat je in de wachtkamer zit en een concurrent de voorkeursbieder is, tikt de klok. Vraag het volledige verslag op, maar dien intussen tijdig de UDN in op basis van wat je wél weet. Een verzoekschrift kan altijd worden uitgebreid met aanvullende middelen na ontvangst van het dossier — een laattijdig ingediend verzoek kan niet meer gered worden.

De les

Als je een 'wachtkamer'-melding krijgt in een onderhandelingsprocedure met bekendmaking: behandel die als de start van je 15-dagentermijn voor een UDN, ook al heb je nog geen volledig beoordelingsverslag en ook al staat er in de brief alleen 'u kan een vordering instellen' zonder verdere uitleg. Reken er niet op dat de termijn met 4 maanden verlengd wordt wegens een gebrekkige vermelding van rechtsmiddelen — die sanctie geldt enkel voor het beroep tot vernietiging. Reken er evenmin op dat de termijn pas loopt zodra je het integrale verslag in handen hebt. De Raad bekijkt of je 'kennis' had van de beslissing — niet of je álles wist. Vraag dus onmiddellijk het integrale verslag op én dien tijdig een UDN in: in de regel binnen 15 dagen na de eerste mededeling van de beslissing.

Te onthouden

  • De UDN-termijn van 15 dagen begint te lopen vanaf het moment dat je kennis krijgt van de beslissing — niet vanaf de ontvangst van het integrale beoordelingsverslag.
  • De sanctie van vier maanden verlenging bij gebrekkige vermelding van rechtsmiddelen (art. 9/1 Wet 17/06/2013) geldt uitsluitend voor het beroep tot vernietiging, niet voor de UDN.
  • In een onderhandelingsprocedure met bekendmaking is een 'voorkeursbieder'-aanduiding prima facie geen verplichte kennisgeving onder de art. 7-9 van de Wet — de aanbesteder hoeft enkel 'op verzoek' te informeren over het verloop.
  • Een mededeling over een nog te nemen definitieve gunningsbeslissing zegt niets over de termijn voor het bestrijden van een eerdere wachtkamer- of voorkeursbieder-aanduiding. Ze worden afzonderlijk beoordeeld.
  • Erken je in je verzoekschrift zelf dat je op een bepaalde datum kennis kreeg van de bestreden beslissing, dan is die datum vastgelegd — ook al ontbrak toen nog informatie.

Waarop letten

  • Een 'wachtkamer'-brief die alleen vermeldt dat je 'een vordering tot schorsing kan instellen', zonder termijn of artikelverwijzing — dat is geen excuus voor uitstel, het is een waarschuwing om snel te handelen.
  • Een aanbestedende dienst die zegt 'er is nog niet definitief gegund, dus de termijnen lopen nog niet' — controleer welke beslissing precies bedoeld wordt. Een uitspraak over de toekomstige gunningsbeslissing zegt niets over de huidige voorkeursbieder-aanduiding.
  • Een weigering om het integrale beoordelingsverslag mee te delen mag je nooit gebruiken als reden om met een UDN te wachten — vraag het verslag op én dien tijdig een verzoekschrift in dat je later kunt vervolledigen.
  • Een PPS-procedure of complex aankoopproject in onderhandelingsfase volgt niet altijd de klassieke informatieverplichtingen. Lees artikel 7/1 (gewijzigde) Wet 17/06/2013 grondig vóór je veronderstelt dat je een gemotiveerde mededeling moet krijgen.

Stel jezelf de vraag

Je krijgt op een dag X een mail of brief waarin staat dat je concurrent als voorkeursbieder is aangeduid en dat jij in de wachtkamer zit. De brief vermeldt 'u kan een vordering tot schorsing instellen' maar geeft geen termijn, geen verhaalinstantie, geen artikel. Heb je dan tot dag X+15 of tot dag X+4 maanden+15 om een UDN in te dienen? Antwoord: dag X+15. Een ontbrekende of onvolledige rechtsmiddelenvermelding verlengt enkel de termijn voor vernietiging — niet die voor de UDN. Wacht je tot je het volledige verslag hebt? Dan ben je naar alle waarschijnlijkheid te laat.

Over deze databank

De Raad van State is het hoogste administratieve rechtscollege in België. Bij geschillen over overheidsopdrachten — van de gunning van een contract tot de uitsluiting van een inschrijver — is het de Raad van State die in laatste instantie oordeelt. De arresten in deze databank zijn door TenderWolf samengevat in begrijpelijke taal, met concrete lessen voor inschrijvers en aanbestedende overheden. Bekijk alle arresten →