Uit een BIM-model de afstand tussen leuningstijlen afleiden terwijl het bestek een figuur met 122 mm toont: die gok verliest Franki
De Raad van State verwerpt Franki Constructs UDN-beroep tegen de gunning van de fietsbrug aan de N75 in Dilsen-Stokkem aan Stadsbader: uit een uitvergroot detail van het detailplan een hart-op-hart-afstand van 500 mm afleiden, terwijl het bijzonder bestek tweemaal een figuur met 122 mm toont en veiligheidsvoorschriften een grote opening verbieden, levert geen tegenspraak op tussen plan en bestek die via de voorrangsregel kan worden opgelost.
Wat gebeurde er?
Het Agentschap Wegen en Verkeer (Vlaamse Gewest) schreef in augustus 2022 een opdracht uit voor de aanleg van een fietsbrug aan de N75 x Sparrendal te Dilsen-Stokkem. Openbare procedure, enig gunningscriterium: de prijs. Bij het bestek hoorde een bundel met standaardbestekken 250/260/270, plannen, BIM-modellen, BIM-protocol, BIM-uitvoeringsplan, opmetingsstaat en het bijzonder bestek — in die volgorde geldend voor genormaliseerde posten (afwijking van artikel 80 KB Plaatsing dat de klassieke volgorde fixeert). Twee inschrijvers dienden in: Franki Construct en Stadsbader Contractors. Tijdens het prijzenonderzoek vroeg de aanbesteder aan Franki een prijsverantwoording voor post 198 (leuning uit cortenstaal en roestvaststaal), goed voor 17,79 % van de opdracht. In haar verantwoording voegde Franki een offerte van haar onderaannemer Almex toe waaruit bleek dat zij gerekend had met een hart-op-hart afstand tussen de leuningstijlen van 500 mm. Het bestek vroeg echter 122 mm. Franki's verweer: de plannen (meer bepaald het detailplan 'grondplan en doorsnede structuur') hebben voorrang op het bestek voor niet-genormaliseerde posten; uit dat plan zou door het uitvergroten van een detail en het extrapoleren van een afstand van 2,1 m met vier bolletjes volgen dat de afstand 500 mm bedraagt; het BIM-model bevestigt dat. De aanbesteder verklaart Franki's offerte substantieel onregelmatig en gunt op 10 november 2022 aan Stadsbader. Franki trekt op 29 november 2022 in UDN naar de Raad van State. De Raad is door geen enkel onderdeel overtuigd. Ten eerste: in het bijzonder bestek staat tweemaal — onder punt B.1 van hoofdstuk 21 én onder punt 1.1.1.2.A van hoofdstuk 32 — dezelfde figuur met de handgeschreven aanduiding 'h.o.h. 122 mm'. Die afstand lijkt prima facie wel degelijk een bestekseis, ook al wijkt ze licht af van de 100 mm uit het standaardbestek 260. Ten tweede: uit het detailplan volgt geenszins vanzelf een afstandsvoorschrift tussen de stijlen. Het delen van 2,1 m door 4 levert 525 mm op, niet 500 mm — Franki's rekenwerk deugt niet. Het plan zelf is op schaal 1/500 getekend, wat betekent dat 500 mm werkelijk overeenkomt met 1 mm op de tekening; exacte afstanden afleiden is technisch onmogelijk. Het plan bevat bovendien de waarschuwing dat 'alle aangegeven maatvoering op de tekeningen theoretische maten zijn' die de aannemer zo nodig moet aanpassen. Het uitvergrote detail staat in het bestek enkel ter illustratie van het proefstuk (punt 99 van hoofdstuk 25 standaardbestek 260), niet om de stijlafstand voor te schrijven. Ten derde: zelfs als die 500 mm uit het plan afgeleid zou kunnen worden, moeten opdrachtdocumenten coherent worden uitgelegd — een afstand van 500 mm is onverenigbaar met de veiligheidsvoorschriften (punt 5.6.2 van hoofdstuk 21: leuning moet 'voldoende dicht' zijn; punt 4.8.1: bol met 100 mm diameter mag niet kunnen worden doorgedrukt). Met een opening van 500 mm kunnen grote voorwerpen naar beneden vallen en 'kleine kinderen ertussen vallen'. Ten vierde: als Franki twijfel had, voorzag artikel 81 KB Plaatsing 2017 een uitdrukkelijke meldingsplicht — minstens tien dagen voor de uiterste indieningsdatum. Franki heeft nooit een vraag gesteld. Gelijkheidsbeginsel niet geschonden: Stadsbader hield zich aan de 122 mm, Franki koos eigenmachtig voor een andere interpretatie. Enig middel in geen van zijn onderdelen ernstig; vordering verworpen.
Waarom doet dit ertoe?
De opkomst van BIM-modellen en de vaak bij bestekken gevoegde plannenbundels leiden in de praktijk tot discussies over welk document primeert. Veel bestekken (zeker bij AWV) bevatten een expliciete voorrangsregeling die afwijkt van artikel 80 KB Plaatsing — meestal: BIM → plannen → opmetingsstaat → bestek. Inschrijvers zijn dan geneigd aan te nemen dat wat ze in de plannen zien, dwingend is. Dit arrest relativeert die reflex. Een plan moet in context worden gelezen: de aanduiding op het plan moet duidelijk en ondubbelzinnig zijn, ze moet verenigbaar zijn met de rest van de opdrachtdocumenten (veiligheid, conformiteit met standaardbestek), en ze moet niet via extrapolaties, uitvergrotingen en tellingen van 'bolletjes' worden geconstrueerd. Het arrest verheldert ook hoe artikel 81 KB Plaatsing (signalering van fouten of leemten) werkt als valstrik: als je twijfelt en zwijgt, kun je je niet achteraf verschuilen achter de voorrangsregeling.
De les
Als je in een offerte afwijkt van wat het bijzonder bestek expliciet voorschrijft omdat je een ander getal afleidt uit een plan of een BIM-model, stel jezelf dan eerst drie vragen. Eén: staat het getal dat je uit het plan afleidt ergens letterlijk op het plan, of moet je het reconstrueren door te meten, te vergroten of te extrapoleren? Hoe meer reconstructie, hoe wankeler. Twee: is jouw interpretatie verenigbaar met de veiligheids- en conformiteitseisen (normen, standaardbestekken) elders in de documenten? Zo niet: laat ze vallen. Drie: heb je ten minste tien dagen voor indiening op het e-Procurement-forum of via de projectleider de onduidelijkheid gemeld? Zo niet: je hebt je recht verspeeld om je achter de voorrangsregeling te verschuilen.
Te onthouden
- De voorrangsregeling tussen plannen en bestek (artikel 80 KB Plaatsing of een contractuele variant) werkt enkel bij een écht tegenstrijdig voorschrift — een zelf opgebouwde interpretatie door uitvergroting telt niet
- Opdrachtdocumenten moeten coherent worden uitgelegd: een interpretatie die botst met veiligheids- of normeisen uit het standaardbestek wordt geweerd
- Schaalonduidelijkheden (1/500, 1/200) en waarschuwingen 'theoretische maten' op een plan ontnemen dat plan zijn maatgevend karakter voor precieze afmetingen
- Artikel 81 KB Plaatsing 2017: fouten of leemten die prijsberekening of offertevergelijking kunnen hinderen, moeten worden gemeld minstens tien dagen vóór indiening
- Een prijsverantwoording is een diagnostisch instrument: de aanbesteder ontdekt via Almex' offerte dat Franki met 500 mm rekende — ook zonder klacht van een concurrent
Waarop letten
- BIM-modellen die expliciet als 'louter informatief' worden bestempeld in de e-mail of brief waarmee ze worden bezorgd
- Bestekken met een eigen voorrangsregeling die afwijkt van artikel 80 KB Plaatsing — lees de administratieve bepalingen altijd goed vóór je aanneemt dat plannen primeren
- Een handgeschreven maataanduiding op een figuur in het bijzonder bestek — die is bindend ondanks het 'ongepolijste' karakter
- Veiligheidsnormen (NBN EN 1991-2, bol van 100 mm door de leuning): ook zonder expliciete tekst in het bijzonder bestek zijn ze via het standaardbestek van toepassing
- Bij ontdekking via de prijsverantwoording dat een inschrijver van een bestekseis is afgeweken: nietigheid én — bij significant gewicht — abnormale prijs als tweede motief
Stel jezelf de vraag
Wijk je in je offerte af van een expliciete afmeting in het bestek op basis van een uitvergroting en telling van elementen op een plan? En heb je die onduidelijkheid niet gesignaleerd op het forum vóór de indieningsdatum? Dan heb je niet alleen een onregelmatige offerte, maar mag je ook je prijsverantwoording inleveren.
Gerelateerde arresten
Over deze databank
De Raad van State is het hoogste administratieve rechtscollege in België. Bij geschillen over overheidsopdrachten — van de gunning van een contract tot de uitsluiting van een inschrijver — is het de Raad van State die in laatste instantie oordeelt. De arresten in deze databank zijn door TenderWolf samengevat in begrijpelijke taal, met concrete lessen voor inschrijvers en aanbestedende overheden. Bekijk alle arresten →