Vernietiging Franstalig college

Een bestek dat 'niet-recupereerbare gerechtskosten' bij de inschrijver legt, sluit gerechtsdeurwaarders feitelijk uit

Arrest nr. 256104 · 22 maart 2023 · VIe kamer

De Raad van State vernietigt de gunning van een schuldinvorderingsopdracht omdat het bestek de gerechtskosten die niet bij de schuldenaar konden worden geïnd, ten laste legde van de aannemer — een voorwaarde die gerechtsdeurwaarders, gebonden door het tariefbesluit van 30 november 1976, niet legaal kunnen dragen.

Wat gebeurde er?

ISPPC, het Charleroise intercommunale ziekenhuisnetwerk, gunde op 4 februari 2019 een opdracht voor 'Recouvrement créances ISPPC SCRL' aan de NV Venturis. Het bestek (artikel III.1.2.1) gaf aan dat de aannemer een minnelijke schikking moest 'bevoorrechten' en pas in laatste instantie naar de rechter mocht stappen — én bepaalde uitdrukkelijk dat 'les frais judiciaires non récupérés auprès du débiteur ne seront pas pris en charge par l'Adjudicateur'. De inschrijvers moesten dus een forfaitaire prijs per dossier bieden waarin het risico van niet-recupereerbare gerechtskosten was verwerkt. De CVBA Intermediance & Partners — een associatie van gerechtsdeurwaarders — vocht de gunning aan: voor háár opent dat gat in de prijscalculatie een onmogelijke spagaat. Artikel 2 van het KB van 30 november 1976 (over het tarief van de gerechtsdeurwaarders) verbiedt deurwaarders namelijk om hun rechten, kosten of voorschotten te delen met derden of er gehele of gedeeltelijke kortingen op toe te staan. Een gewone incassovennootschap zoals Venturis kan zo'n risico statistisch verwerken in haar marge; een gerechtsdeurwaarderskantoor mag dat niet zonder zijn beroepsregels te schenden. Eerst werd de UDN-vordering verworpen (arrest 244.166 van 3 april 2019). Maar in de annulatieprocedure ten gronde ziet de VIe kamer twee verschillende manieren waarop het gelijkheidsbeginsel wordt geschonden. Eerste invalshoek: deurwaarders moeten — om binnen het KB 1976 te blijven — het risico van niet-recupereerbare kosten oversthatten in hun forfait, wat hun prijs onvermijdelijk minder competitief maakt dan die van inschrijvers die niet onder het KB vallen. Dat verstoort de toegang tot de markt op zich. Tweede invalshoek: als de geraamde marge niet volstaat en de deurwaarder die kosten effectief moet absorberen, dan schendt hij artikel 2 van het KB. ISPPC verweerde zich met het argument dat het beschuldigingen onder verschillende inschrijvers gelijk behandelde, en dat de eventuele ongelijkheid alleen voortvloeit uit het KB 1976 zelf — waarvoor het bestuur niet verantwoordelijk is. De Raad volgt dat niet: ISPPC kón het effect van het KB niet negeren, gezien het voorwerp van de opdracht. Het legitieme doel (de gerechtelijke fase beperken tot solvabele dossiers) kon volgens de Raad ook bereikt worden via minder ingrijpende mechanismen — bijvoorbeeld via gunningscriteria of uitvoeringsvoorwaarden — maar uit het dossier blijkt nergens dat ISPPC die alternatieven onderzocht heeft. De gunning aan Venturis wordt vernietigd; ISPPC betaalt 920 euro proceskosten.

Waarom doet dit ertoe?

Bestekvoorwaarden zijn nooit neutraal: ze interageren met de regelgeving die op specifieke beroepscategorieën rust. Wie een schuldinvorderingsopdracht uitschrijft, doet er goed aan te beseffen dat gerechtsdeurwaarders gebonden zijn aan een wettelijk tarief en geen kortingen of overnames van kosten mogen toestaan. Hetzelfde principe geldt breder: voor architecten (deontologische regels rond honoraria), voor accountants (regels rond no-cure-no-pay), voor advocaten — telkens kan een schijnbaar neutrale prijs- of betalingsclausule een hele beroepsgroep feitelijk de toegang tot de opdracht ontnemen. Voor bid managers in gereglementeerde beroepen: lees het bestek met je deontologische bril op. Een clausule die voor een gewone vennootschap gewoon een 'commercieel risico' is, kan voor jou een professioneel verbod zijn — en dat is een argument om het bestek aan te vechten, niet om er een offerte voor te schrijven die je nooit kunt waarmaken.

De les

Als u een bestek opstelt dat schuldinvordering, juridische dienstverlening of gereglementeerde diensten betreft: check of de prijs- of risicostructuur compatibel is met de deontologische regels van de beroepscategorieën die u wilt aantrekken. Specifiek voor schuldinvordering: het is niet houdbaar om gerechtskosten zonder meer ten laste van de aannemer te leggen — minstens moet u alternatieven onderzoeken (gunningscriterium 'kwaliteit van de selectiestrategie', uitvoeringsvoorwaarde rond solvabiliteitsanalyse) en dat in het dossier documenteren. Als u zelf inschrijver bent en gerechtsdeurwaarder: zwijg niet, vecht aan.

Te onthouden

  • Een schijnbaar neutrale bestekclausule kan een gereglementeerde beroepsgroep effectief uitsluiten als ze niet kan voldoen zonder haar deontologie te schenden
  • Bij schuldinvordering: gerechtsdeurwaarders kunnen door het KB 30/11/1976 geen niet-recupereerbare gerechtskosten dragen — ten laste van de aannemer leggen creëert ongelijkheid
  • De aanbestedende dienst kan niet 'wegduiken' achter het feit dat de regelgeving op de beroepsgroep rust: hij moest die regelgeving kennen gelet op het voorwerp van de opdracht
  • Een legitiem doel rechtvaardigt geen ongelijke behandeling als minder beperkende maatregelen mogelijk waren — en dat moet uit het dossier blijken

Waarop letten

  • Bestekken voor schuldinvordering of debiteurenbeheer waarin de aannemer 'alle niet-recupereerbare kosten' draagt zonder onderscheid naar type van inschrijver
  • Forfaitaire prijsstructuren waarin een statistisch risico verwerkt moet worden, terwijl bepaalde inschrijvers wettelijk hun tarief niet kunnen verlagen
  • Aanbesteders die zich beroepen op 'het bestek geldt voor iedereen gelijk' zonder te kijken naar de impact van externe regelgeving
  • Een dossier waarin geen spoor is van de afweging tussen verschillende mogelijke ontwerpen van de prijsclausule

Stel jezelf de vraag

Bevat uw bestek een clausule waarbij de aannemer kosten draagt die voor sommige beroepscategorieën wettelijk niet 'verrekenbaar' zijn? Heeft u in uw motivering gedocumenteerd dat alternatieven (via gunningscriteria of uitvoeringsvoorwaarden) overwogen en onvoldoende bevonden zijn?

Over deze databank

De Raad van State is het hoogste administratieve rechtscollege in België. Bij geschillen over overheidsopdrachten — van de gunning van een contract tot de uitsluiting van een inschrijver — is het de Raad van State die in laatste instantie oordeelt. De arresten in deze databank zijn door TenderWolf samengevat in begrijpelijke taal, met concrete lessen voor inschrijvers en aanbestedende overheden. Bekijk alle arresten →