Vragen om een bestekwijziging verlengt de 15-dagentermijn niet: wie de selectiecriteria wil aanvechten, moet binnen twee weken na publicatie naar de Raad
De Raad van State verklaart de UDN-vordering van gerechtsdeurwaarder Alain Bordet tegen de selectiecriteria en de GDPR-clausule in het bestek 3380-CSC Recouvrements créances 2024-2031 van SWDE en CILE onontvankelijk wegens laattijdigheid: de 15-dagentermijn van artikel 23, § 3 van de wet van 17 juni 2013 geldt ook voor bestekvoorwaarden en kan niet worden opgerekt door eerst een rechtzettingsbrief te sturen.
Wat gebeurde er?
In 2016 had de Société Wallonne des Eaux een opdracht voor de uitbesteding van schuldinvordering gegund aan VENTURIS — een bedrijf met de quasi-totaliteit van zijn activiteiten in Tunesië. Dat had in de politieke en mediasferen stof doen opwaaien, vooral wegens de bescherming van persoonsgegevens van Waalse waterklanten. Voor het vervolgcontract (2024-2031) koos SWDE — die dit keer als gezamenlijke aanbesteder optrad voor zowel haarzelf als de CILE (Compagnie Intercommunale Liégeoise des Eaux) — voor een nieuwe gemeenschappelijke opdracht. Op 10 maart 2023 keurde de raad van bestuur van SWDE het bestek 3380-CSC Recouvrements créances 2024-2031 goed. Op 13 maart 2023 werd het opdrachtbericht met het bestek in bijlage gepubliceerd in het Bulletin der Aanbestedingen. De deadline voor kandidatuurstelling was bepaald op 14 april 2023, 11u59. De SRL Alain Bordet, Huissier de Justice — een gerechtsdeurwaarder die op dat moment de inningen van de CILE verzorgde — zag twee grote problemen in het bestek. Ten eerste de selectiecriteria: een omzet van minstens 1.000.000 euro per jaar in schuldinvordering gedurende 2019-2021, én drie attesten van goede uitvoering voor een jaarlijks beheer van minstens 70.000 dossiers voor één en dezelfde klant. Dat laatste — 70.000 dossiers op één boekjaar, voor één enkele klant, cumulaties niet toegestaan — sloot volgens Bordet artificieel de meeste Waalse gerechtsdeurwaarders uit. Ten tweede stond in bijlage 3 een artikel 6 dat de doorgifte van persoonsgegevens naar landen buiten de EER toeliet (de oude VENTURIS-problematiek). Op 28 maart 2023 — 15 dagen na publicatie — stuurde Bordet een brief waarin hij om herziening van beide punten vroeg. Pas op 7 april 2023 antwoordde SWDE via haar advocaat: de procedure gaat verder op basis van de gepubliceerde documenten. Dezelfde dag diende Bordet een UDN-vordering in. De zitting was op 26 april 2023. Staatsraad f.f. David De Roy sneed de zaak kort: artikel 23 § 3 van de wet van 17 juni 2013 legt een termijn van 15 dagen op voor een schorsingsvordering onder artikel 15 van dezelfde wet. De Raad verwerpt resoluut de theorie dat die termijn alleen zou gelden voor gunningsbeslissingen — hij geldt voor alle beslissingen van aanbestedende overheden die voor recours vatbaar zijn, dus ook voor de goedkeuring van een bestek. En hij start van de kennisname van de akte, niet van de kennisname van een eventuele weigering tot bestekaanpassing. Bordet had het opdrachtbericht gezien op 13 maart, en pas op 7 april — bijna 25 dagen later — haar vordering ingediend: laattijdig. Subsidiair verdedigde Bordet dat zij de hoogdringendheid buiten de presumptie van de 15 dagen kon aantonen (art. 15 laat dat toe). De Raad: ook dan is er geen diligentie — u hebt tot 28 maart gewacht om überhaupt een protestbrief te schrijven, bij het verstrijken van de wettelijke termijn. De UDN-vordering is onontvankelijk. Over de geheimhoudingsvraag (stukken 1-10, 12, 13, 17-21 van het administratief dossier) beslist de Raad zonder de diepgravende vragen rond art. 13 wet 17 juni 2016 te moeten beslechten: aangezien de vordering toch onontvankelijk is, zou toegang tot de stukken geen recours effectif meer kunnen dienen. Confidentialiteit blijft behouden. Bordet draagt de kosten: 200 euro rolrecht, 24 euro bijdrage en 770 euro rechtsplegingsvergoeding voor SWDE en CILE samen.
Waarom doet dit ertoe?
Dit arrest doorbreekt een veel voorkomende tactiek: 'ik zie een probleem in het bestek, ik stuur eerst een beleefde brief om aanpassing te vragen, en als die wordt afgewezen start mijn termijn voor een UDN.' Fout. De Raad zegt het hier uitdrukkelijk: de termijn start van de publicatie of kennisname van het bestek zelf, niet van de weigering tot aanpassing. Dat is cruciaal voor iedereen die de selectiecriteria, een GDPR-clausule, een verdelingsbeding, een technische specificatie of om het even welke andere bestekvoorwaarde als onwettig beoordeelt. De Raad bevestigt bovendien dat artikel 23 § 3 níét alleen geldt voor gunningsbeslissingen — er is geen onderscheid tussen 'voorbereidende' en 'finale' beslissingen van aanbestedende overheden zodra zij voor recours vatbaar zijn onder art. 15. Voor bidders betekent dit dat de termijn begint te lopen op het moment waarop het bestek wordt gepubliceerd. Als je de CSC-voorwaarden wil aanvechten, moet je binnen 15 dagen in Brussel zijn met een verzoekschrift — gesprekken achter de schermen om aanpassing te vragen mogen gerust, maar ze schorten geen termijn op. Voor aanbesteders betekent dit dat een zorgvuldig gemotiveerd bestek dat de publicatiedatum van 13-15 dagen heeft overschreden, relatief veilig is voor een schorsingsvordering — al blijft de annulatieprocedure (60 dagen) nog open.
De les
Als je de voorwaarden van een bestek onwettig acht (selectiecriteria te strikt, GDPR-clausule problematisch, lotverdeling gemanipuleerd, technische specificaties verengend): reken altijd 15 kalenderdagen vanaf de publicatie in het Bulletin der Aanbestedingen (of TED). Geen 15 dagen vanaf een eventueel negatief antwoord op een rechtzettingsbrief — dat verlengt niets. Als je de moeite wil doen om eerst in dialoog te gaan met de aanbestedende overheid, doe dat in parallel met het voorbereiden van je verzoekschrift, niet in serie. Voor het verzoekschrift heb je alle klassieke middelen: schending van de mededingingsprincipes, van de artikelen 66-67 wet 17 juni 2016, van het gelijkheids- en transparantiebeginsel, van het GDPR, etc. Zorg dat je uitdrukkelijk voor de presumptie van hoogdringendheid van art. 15 opteert en de vordering tijdig indient; de subsidiaire route ('hoogdringendheid buiten de presumptie') vereist uitzonderlijke diligentie en werkt zelden.
Te onthouden
- De 15-dagentermijn van artikel 23, § 3 wet 17 juni 2013 geldt voor ALLE beslissingen van aanbestedende overheden — niet alleen voor gunningsbeslissingen
- De termijn start bij publicatie of kennisname van het bestek, NIET bij een eventuele weigering tot bestekwijziging
- Een rechtzettingsbrief aan de aanbesteder schorst de termijn niet op — dialoog moet in parallel met de procedure
- De subsidiaire route (hoogdringendheid buiten de presumptie) vereist uitzonderlijke diligentie en slaagt zelden
- Bij laattijdigheid van de UDN blijft alleen de annulatieprocedure (60 dagen) nog open
Waarop letten
- Selectiecriteria die expliciet één-klant-cumulatie uitsluiten (zoals hier: 70.000 dossiers op één boekjaar voor één klant) — vaak een red flag voor mededingingsbeperkend bestek
- Bestekken met GDPR-bijlagen die doorgifte naar landen buiten de EER toelaten — check of de gerechtvaardigheid en aanvullende maatregelen voldoende zijn uitgewerkt
- Gezamenlijke opdrachten van twee aanbesteders (hier SWDE + CILE): schuif de 15-dagentermijn niet op om juridische onduidelijkheid te omzeilen
- De dag van publicatie in het Bulletin der Aanbestedingen of TED telt als dies a quo — niet de datum waarop je het bestek uitgediept hebt
Stel jezelf de vraag
Heb je meer dan 15 kalenderdagen geleden kennis genomen van een bestekclausule waarvan je denkt dat ze onwettig is? Dan is het te laat voor een UDN-schorsing — je kan hoogstens nog een annulatieberoep indienen binnen 60 dagen. Heb je de kennisname nog niet overschreden? Check dan onmiddellijk: (a) is de aanbesteder het eens met een aanpassing in de eerstvolgende dagen, of (b) dien je meteen je verzoekschrift in en bouw je de dialoog parallel uit. De fout die Alain Bordet maakte was een sequentieel denkpatroon in een termijngevoelige procedure.
Gerelateerde arresten
Over deze databank
De Raad van State is het hoogste administratieve rechtscollege in België. Bij geschillen over overheidsopdrachten — van de gunning van een contract tot de uitsluiting van een inschrijver — is het de Raad van State die in laatste instantie oordeelt. De arresten in deze databank zijn door TenderWolf samengevat in begrijpelijke taal, met concrete lessen voor inschrijvers en aanbestedende overheden. Bekijk alle arresten →