zonder_voorwerp Franstalig college

Twee procedures, één rechtsplegingsvergoeding: geen dubbele 770 euro na intrekking

Arrest nr. 263771 · 26 juni 2025 · VIe kamer

De Raad van State verklaart het annulatieberoep van Cohezio tegen de gunning van de SEPPT-opdracht aan CESI zonder voorwerp na intrekking van de bestreden beslissing, maar kent Cohezio slechts één rechtsplegingsvergoeding van 770 euro toe — niet twee — ondanks haar parallelle UDN-procedure.

Wat gebeurde er?

Op 10 november 2023 gunt de Fédération Wallonie-Bruxelles de opdracht voor de aanduiding van een Externe Dienst voor Preventie en Bescherming op het werk (SEPPT, MP5167) aan CESI. Cohezio, een concurrerende preventiedienst, neemt het niet. Ze stelt eerst een UDN-vordering in die succesvol is: arrest nr. 258.355 van 16 januari 2024 schorst de gunningsbeslissing en laat de tussenkomst van CESI toe. Op 8 januari 2024 diende Cohezio al haar annulatieberoep in. Nog geen maand later, op 9 januari 2024 — één dag vóór de uitspraak over de schorsing — trekt de Fédération Wallonie-Bruxelles de bestreden beslissing zelf in. Ze brengt alle inschrijvers per e-mail en aangetekende brief op dezelfde dag op de hoogte. Opmerkelijk: uit het dossier blijkt niet dat die intrekkingsbrieven de beroepstermijnen vermeldden. Dat zou normaal betekenen dat de termijn niet begint te lopen. Maar toch: de algemene beroepstermijn van zestig dagen, verlengd met vier maanden wegens gebrekkige notificatie (art. 19 gecoördineerde wetten), is nu ruimschoots verstreken zonder dat iemand beroep instelde tegen de intrekking. De intrekking wordt dus definitief, en het annulatieberoep verliest zijn voorwerp. Cohezio vraagt een rechtsplegingsvergoeding van 700 euro 'zowel in de UDN-procedure als in de annulatieprocedure' — dus dubbel. De Raad weigert. Artikel 67, §2, derde lid van het algemeen procedurereglement kent geen verhoging toe wanneer het beroep zonder voorwerp is. Slechts één vergoeding, en wel aan het basistarief geïndexeerd: 770 euro. De tussenkomende partij CESI moet bovendien zelf haar tussenkomstrecht van 150 euro dragen. De overige proceskosten (rolrecht 200 euro + bijdrage 24 euro + 770 euro RPV) komen ten laste van de Fédération Wallonie-Bruxelles.

Waarom doet dit ertoe?

Dit arrest nuanceert een populair misverstand: dat je twee rechtsplegingsvergoedingen kan cumuleren wanneer je eerst een UDN voert en daarna annulatie. De Raad zegt duidelijk: bij een beroep dat zonder voorwerp wordt verklaard, is er maar één RPV — en zonder verhoging. Voor bid managers die een gunning aanvechten: reken niet op een gestapelde terugvordering. Bovendien illustreert het dat aanbestedende diensten onder druk snel intrekken — hier zelfs één dag vóór de UDN-uitspraak — wat de impact van een goed voorbereide UDN-vordering bevestigt.

De les

Als je zowel een UDN-vordering als een annulatieberoep indient tegen dezelfde beslissing en de aanbesteder trekt die beslissing in, vraag dan maar één rechtsplegingsvergoeding — niet twee. Je krijgt 770 euro, punt. Focus je strategische energie op het inhoudelijke resultaat (de intrekking zelf) in plaats van op een dubbele kostenterugvordering die er niet komt.

Te onthouden

  • Bij een beroep zonder voorwerp door intrekking: één rechtsplegingsvergoeding, geen stapeling van UDN + annulatie.
  • De RPV wordt geliquideerd aan het basistarief geïndexeerd — 770 euro, zonder verhoging.
  • Artikel 67, §2, derde lid van het algemeen procedurereglement sluit een verhoging uit voor beroepen zonder voorwerp.
  • De tussenkomende partij draagt zelf het tussenkomstrecht van 150 euro.
  • Een snelle intrekking door de aanbesteder (hier: één dag vóór de UDN-uitspraak) is een teken dat de vordering sterk stond.

Waarop letten

  • Intrekking die in extremis gebeurt, soms uren vóór de zitting: het UDN-arrest kan op dat moment zelfs al drafted zijn.
  • Intrekkingsbrieven die geen beroepstermijnen vermelden: strikt genomen blijft de termijn dan open, maar de globale termijn van 60 dagen + 4 maanden loopt wél.
  • De neiging om UDN- en annulatieprocessen financieel als twee afzonderlijke zaken te zien — de Raad doet dat bij zonder-voorwerp niet.

Stel jezelf de vraag

Vraag ik in mijn annulatieberoep na een geslaagde UDN slechts één rechtsplegingsvergoeding van 770 euro, of probeer ik er twee te stapelen — wat niet lukt wanneer het beroep zonder voorwerp wordt verklaard?

Gerelateerde arresten

Over deze databank

De Raad van State is het hoogste administratieve rechtscollege in België. Bij geschillen over overheidsopdrachten — van de gunning van een contract tot de uitsluiting van een inschrijver — is het de Raad van State die in laatste instantie oordeelt. De arresten in deze databank zijn door TenderWolf samengevat in begrijpelijke taal, met concrete lessen voor inschrijvers en aanbestedende overheden. Bekijk alle arresten →