Bij een globale beoordeling van technische waarde mag de aanbestedende overheid de vastgestelde meer- en minwaarden cijfermatig vertalen naar een score — en na vier offerterondes mag zij een voorkeursbieder aanwijzen zonder verder te onderhandelen
De Raad van State verwerpt de vordering tot schorsing van de aanwijzing van CAF als voorkeursbieder voor de NMBS-raamovereenkomst voor nieuwe treinstellen (AM30), omdat (1) de beoordelingsmethode voor het criterium 'Technische waarde' — een beginscore van 18/36 met bijstelling van 0,1 punt per vastgestelde meer- of minwaarde — zich inpaste in de vooraf aangekondigde globale beoordeling en geen nieuw systeem was maar een nadere invulling na het eerdere schorsingsarrest, (2) de beoordelingselementen niet als subgunningscriteria waren gehanteerd omdat zij niet elk afzonderlijk waren gewogen, (3) de NMBS na vier offerterondes over twee jaar mocht beslissen een voorkeursbieder aan te wijzen in plaats van verder te onderhandelen, nu zij aannemelijk maakte dat verdere rondes ernstige negatieve gevolgen zouden hebben (70-100 miljoen euro OPEX-kosten, vertraging tot na 2030) terwijl het onzeker was of de offertes nog konden verbeteren, en (4) een nieuw middel dat pas op de dag van de terechtzitting schriftelijk werd ingediend, niet-ontvankelijk was wegens schending van de loyale procesvoering — ook al werd het aangebracht als middel van openbare orde.
Wat gebeurde er?
De NMBS schreef via een onderhandelingsprocedure met voorafgaande oproep tot mededinging (speciale sectoren) een raamovereenkomst uit voor de levering van elektrische en batterij-elektrische treinstellen (AM30) — tot 170.000 zitplaatsen, looptijd 12 jaar. Vier kandidaten werden geselecteerd; drie dienden een offerte in: CAF (Spanje), Alstom Belgium en Siemens Mobility. De gunningscriteria waren: financiële waarde (50%), technische waarde (36%), T&C en leveringsplanning (7%) en energieverbruik (7%). Na vier offerterondes over twee jaar wees de NMBS op 23 juli 2025 CAF aan als voorkeursbieder met 77,21/100 — na een eerdere beslissing van 28 februari 2025 die door de Raad van State was geschorst (arrest nr. 263.012) wegens een transparantiegebrek in de technische beoordeling. Alstom scoorde 74,91/100 en Siemens 68,99/100. De verzoekende partijen — Siemens Mobility — voerden drie middelen aan. In het eerste middel betoogden zij dat de beoordelingsmethode voor het criterium 'Technische waarde' pas na de opening van de offertes was vastgesteld. De NMBS had een systeem gehanteerd waarbij elk offerte startte met een 'mediaanscore' van 18/36, waarna 0,1 punt werd toegevoegd of afgetrokken per vastgestelde meer- of minwaarde, wat leidde tot scores van 18,90/36 (CAF), 16,10/36 (Siemens) en 16,00/36 (Alstom). Siemens betoogde dat dit systeem het relatieve gewicht van de gunningscriteria wijzigde — doordat het puntenbereik amper werd benut, werd het technisch criterium in feite geneutraliseerd ten voordele van het financieel criterium. De Raad verwierp dit. De gunningsleidraad had voorzien in een globale beoordeling op basis van meer- en minwaarden ten opzichte van de Technische Specificatie. De werkwijze in de bestreden beslissing paste zich in in die aangekondigde methode: de NMBS had per offerte de meer- en minwaarden beschreven en gewaardeerd, waarna een globale score werd gegeven. De cijfermatige vertaling naar 0,1 punt per meer- of minwaarde was een nadere invulling om tegemoet te komen aan het transparantievereiste uit het eerdere schorsingsarrest, geen nieuwe methode. De omstandigheid dat de scores dicht bij elkaar lagen, was niet het gevolg van het systeem maar van de beperkte kwalitatieve verschillen tussen de drie offertes — die na vier rondes van verbeteringen in belangrijke mate gelijkwaardig waren. Dat goede offertes niet de helft van de score haalden, was op het eerste gezicht niet problematisch zolang de onderlinge kwaliteitsverschillen correct werden weerspiegeld. Siemens toonde niet aan dat een andere beginscore of vertaling tot een andere rangschikking zou leiden. In ondergeschikte orde betoogde Siemens dat de beoordelingselementen als subgunningscriteria waren gebruikt. De Raad verwierp ook dit: er was geen afzonderlijke weging per beoordelingselement toegekend op basis waarvan een totaalscore was berekend — de meer- en minwaarden per beoordelingselement waren de in het kader van de formele motiveringsplicht vereiste onderbouwing van de globale beoordeling. In het tweede middel betoogde Siemens dat de NMBS in strijd met het mededingingsbeginsel had beslist om een voorkeursbieder aan te wijzen in plaats van met alle drie de inschrijvers verder te onderhandelen, gelet op de beperkte puntenverschillen. Alstom ondersteunde dit middel. De Raad verwierp het. De gunningsleidraad voorzag uitdrukkelijk in de mogelijkheid om na de onderhandelingsfase een voorkeursbieder aan te wijzen. De NMBS maakte aannemelijk dat er wél was onderhandeld — over technische vereisten en algemene voorwaarden — en dat bestekswijzigingen mede in het voordeel van de inschrijvers waren doorgevoerd. De NMBS had bij de uitnodiging voor de derde en vierde offerte er uitdrukkelijk op gewezen dat deze als definitieve offertes konden worden beschouwd; Siemens had daartegen geen bezwaar geuit. Het puntenverschil tussen Siemens en CAF bedroeg 8,21 punten — niet zo beperkt als voorgesteld. De NMBS had in de bestreden beslissing uitvoerig gemotiveerd waarom verdere onderhandelingsrondes onwenselijk waren: vertraging van minstens acht maanden, OPEX-kosten van 70 tot 100 miljoen euro, en het onzekere vooruitzicht dat de offertes na vier rondes nog zouden verbeteren. De zaak was te onderscheiden van arrest nr. 258.496 waar de aanbestedende overheid reeds na de eerste offertes een voorkeursbieder had aangewezen. Het derde middel herhaalde in wezen de grieven uit het eerste en tweede middel onder het mom van het zuinigheidsbeginsel en werd om dezelfde redenen verworpen. Een nieuw middel dat Siemens voor het eerst op de dag van de terechtzitting schriftelijk indiende, werd niet-ontvankelijk verklaard wegens schending van de loyale procesvoering: de stukken waarop het middel steunde waren al sinds 22 augustus 2025 beschikbaar, en zelfs een middel van openbare orde kan buiten beschouwing worden gelaten als het aanvoeren ervan een duidelijke schending van de loyale procesvoering uitmaakt. Het verzoek tot tussenkomst van vier NGO's (Globalize Solidarity, Vrede vzw, Al-Haq Europe en 11.11.11) — die bezwaren wilden aanvoeren over de naleving van het internationaal recht en mensenrechten door CAF — werd verworpen omdat hun middelen volledig nieuw waren en niet ter ondersteuning van het verzoekschrift van Siemens strekten.
Waarom doet dit ertoe?
Dit arrest is om meerdere redenen van groot belang. Ten eerste verduidelijkt het de verhouding tussen het TNS Dimarso-beginsel (de beoordelingsmethode hoeft niet vooraf te worden bekendgemaakt maar mag in beginsel niet na opening van de offertes worden vastgesteld) en de praktijk van grote, complexe opdrachten: wanneer de gunningsleidraad een globale beoordeling aankondigt op basis van meer- en minwaarden, mag de aanbestedende overheid de concrete cijfermatige vertaling van die meer- en minwaarden naar een score pas na de evaluatie bepalen, mits die vertaling zich inpast in de aangekondigde methode. Het arrest bevestigt dat een systeem met een beginscore en puntenafwijking per vastgestelde meer- of minwaarde niet per definitie een 'niet vooraf vastgestelde beoordelingsmethode' is. Ten tweede maakt het arrest duidelijk dat het feit dat de scores dicht bij elkaar liggen en geen enkele inschrijver de helft van het maximumaantal punten haalt, niet noodzakelijk een denaturering van het relatieve gewicht van de criteria inhoudt — het kan simpelweg de weerspiegeling zijn van de werkelijke beperkte kwalitatieve verschillen. Ten derde bevestigt het arrest dat de aanbestedende overheid in een onderhandelingsprocedure na meerdere offerterondes mag beslissen een voorkeursbieder aan te wijzen, ook bij beperkte puntenverschillen, wanneer zij aantoonbaar motiveert waarom verdere onderhandelingen geen meerwaarde zouden opleveren en ernstige nadelen zouden veroorzaken. De aanbestedende overheid is niet verplicht om de inschrijvers tijdens de onderhandelingen uitdrukkelijk op de meer- en minwaarden van hun offerte te wijzen. Ten slotte bevestigt het arrest dat het te laat aanvoeren van een middel — zelfs een middel van openbare orde — buiten beschouwing kan worden gelaten als dit de loyale procesvoering schendt.
De les
Als inschrijver: in een langlopende onderhandelingsprocedure met meerdere offerterondes mag de aanbestedende overheid op elk moment beslissen de onderhandelingen af te sluiten en een voorkeursbieder aan te wijzen. Als de uitnodigingsbrief vermeldt dat je offerte als definitieve offerte kan worden beschouwd, neem dat serieus en dien je sterkst mogelijke offerte in — protesteer onmiddellijk als je vindt dat er eerst nog moet worden onderhandeld. Wacht niet tot de gunningsbeslissing. Reken er ook niet op dat de aanbestedende overheid je de meer- en minwaarden van je offerte meedeelt: zij is daartoe niet verplicht. Als je na vier rondes niet weet wat je zwakke punten zijn, is dat je eigen verantwoordelijkheid. Wat de technische beoordeling betreft: een globale beoordeling betekent dat niet elk beoordelingselement een afzonderlijk gewicht krijgt. Scores die dicht bij elkaar liggen, hoeven niet te betekenen dat het criterium is geneutraliseerd — het kan de werkelijke kwaliteitssituatie weerspiegelen. Voer nieuwe middelen tijdig aan; zelfs een middel van openbare orde kan worden geweigerd als het de loyale procesvoering schendt. Als aanbestedende overheid: als je een globale beoordeling aankondigt, mag je de concrete puntenvertaling na de evaluatie bepalen — maar documenteer helder hoe die vertaling zich verhoudt tot de aangekondigde methode, en motiveer waarom de gekozen waarde per meer- of minwaarde de werkelijke verschillen correct weerspiegelt.
Stel jezelf de vraag
Als ik in een onderhandelingsprocedure met meerdere offerterondes zit en de aanbestedende overheid laat weten dat de volgende offerte als definitieve offerte kan worden beschouwd: heb ik mijn sterkst mogelijke offerte ingediend — of ga ik ervan uit dat er nog wel een ronde zal volgen?
Over deze databank
De Raad van State is het hoogste administratieve rechtscollege in België. Bij geschillen over overheidsopdrachten — van de gunning van een contract tot de uitsluiting van een inschrijver — is het de Raad van State die in laatste instantie oordeelt. De arresten in deze databank zijn door TenderWolf samengevat in begrijpelijke taal, met concrete lessen voor inschrijvers en aanbestedende overheden. Bekijk alle arresten →