Defensie mag een bedrijf uitsluiten op basis van geheime inlichtingen — en hoeft niet te zeggen welke
De Raad van State verwerpt de vordering van een defensiebedrijf dat werd uitgesloten uit een DEFRA-onderzoeksconsortium op basis van geclassificeerde informatie van de militaire inlichtingendienst over de integriteit van zijn enige aandeelhouder — ook al kan die informatie niet worden meegedeeld.
Wat gebeurde er?
Een bedrijf dient samen met partners een offerte in voor een thema van de DEFRA-projectoproep 2025 — het Belgische onderzoeksprogramma van Defensie. Na de evaluatie- en selectieprocedure deelt de directeur-generaal van het Koninklijk Hoger Instituut voor Defensie mee dat het bedrijf niet kan worden weerhouden als partner. De reden: de Algemene Dienst Inlichtingen en Veiligheid (ADIV) heeft na het verlenen van een NATO SECRET-veiligheidsmachtiging in mei 2024 bijkomende informatie verkregen over de enige aandeelhouder van het bedrijf. Die informatie wijst op een 'integriteitsprobleem' dat kan leiden tot imagoschade voor Defensie. De inhoud van de informatie is geclassificeerd op grond van de wet van 11 december 1998 en kan niet worden meegedeeld — ook niet aan het bedrijf zelf. Het bedrijf tekent een willig administratief beroep aan. De directeur-generaal heroverweegt, maar bevestigt zijn beslissing. De aangeboden oplossing — een wijziging van het aandeelhouderschap — wordt afgewezen als ongestaafd. Voor de Raad van State voert het bedrijf drie onderdelen aan: (1) onvoldoende formele motivering omdat het de concrete redenen niet kan kennen; (2) schending van het gelijkheids- en transparantiebeginsel omdat er geen vooraf bekendgemaakt uitsluitingscriterium rond 'imagoschade' bestond; (3) schending van de proportionaliteit omdat minder verregaande maatregelen mogelijk waren. De Raad verwerpt alle drie. Over de motivering: de formelemotiveringsplicht moet worden verzoend met de wettelijke classificatie van inlichtingeninformatie. Een beknopte motivering volstaat, mits de overheid in algemene termen aanduidt welke overwegingen tot de beslissing hebben geleid. Hier was het motief — een integriteitsprobleem bij de aandeelhouder vastgesteld door ADIV — voldoende duidelijk. Over het gelijkheidsbeginsel: de regeling rond uitsluitingsgronden uit de Overheidsopdrachtenwet is niet van toepassing op DEFRA-calls en vormt ook geen bindend 'referentiekader'. Over de proportionaliteit: dat andere maatregelen denkbaar waren, betreft de opportuniteit van de keuze, niet de wettigheid ervan.
Waarom doet dit ertoe?
Dit arrest raakt aan een fundamentele spanning in overheidsopdrachten en defensieprojecten: het recht van een onderneming om te weten waarom ze wordt uitgesloten versus de noodzaak om geclassificeerde inlichtingen te beschermen. De Raad van State aanvaardt dat een beknopte motivering kan volstaan wanneer de onderliggende informatie wettelijk geclassificeerd is — een uitzondering die in de reguliere overheidsopdrachtenwereld niet voorkomt. Wie actief is in defensie-opdrachten of EU-gefinancierd veiligheidsonderzoek, moet weten dat de spelregels hier fundamenteel anders zijn.
De les
Als je actief bent in defensieprojecten: de veiligheidsmachtiging die je vandaag hebt, beschermt je niet tegen uitsluiting morgen. Nieuwe inlichtingen over aandeelhouders, bestuurders of gelieerde personen kunnen op elk moment opduiken — en je krijgt de inhoud niet te zien. Zorg dat je aandeelhouders- en bestuursstructuur waterdicht is, want je kunt je niet verdedigen tegen wat je niet kent.
Te onthouden
- De formelemotiveringsplicht moet worden verzoend met wettelijke classificatie van inlichtingen — een beknopte motivering kan volstaan als de overheid in algemene termen aanduidt wat het motief is.
- Een eerder verleende NATO SECRET-veiligheidsmachtiging beschermt niet tegen uitsluiting op basis van later verkregen inlichtingen over aandeelhouders.
- De uitsluitingsgronden uit de Overheidsopdrachtenwet gelden niet als 'referentiekader' voor DEFRA-calls of andere defensieonderzoeksprojecten.
- Een willig administratief beroep kan de hoorplicht vervullen: als je de kans hebt gehad om je argumenten aan te voeren, is aan het hoorrecht voldaan.
- Dat minder verregaande maatregelen denkbaar zijn, maakt een beslissing niet automatisch disproportioneel.
Waarop letten
- Je wordt uitgesloten uit een defensieproject met als enige motivering 'integriteitsprobleem' of 'imagoschade' — de achterliggende informatie is geclassificeerd en wordt niet meegedeeld.
- De overheid verwijst naar 'bijkomende informatie' die dateert van na je veiligheidsmachtiging — dit kan een nieuw veiligheidsadvies van ADIV zijn.
- Je stelt voor om de aandeelhoudersstructuur te wijzigen, maar de overheid verwerpt dit als onvoldoende gestaafd — timing en bewijs zijn cruciaal.
Stel jezelf de vraag
Werk je aan een defensieopdracht of veiligheidsproject? Heb je recent een verandering in je aandeelhoudersstructuur gehad, of zijn er vragen gerezen over de integriteit van betrokkenen? Weet dan dat een eerder verleende veiligheidsmachtiging geen blijvende garantie is.
Gerelateerde arresten
Over deze databank
De Raad van State is het hoogste administratieve rechtscollege in België. Bij geschillen over overheidsopdrachten — van de gunning van een contract tot de uitsluiting van een inschrijver — is het de Raad van State die in laatste instantie oordeelt. De arresten in deze databank zijn door TenderWolf samengevat in begrijpelijke taal, met concrete lessen voor inschrijvers en aanbestedende overheden. Bekijk alle arresten →