Wanneer de aanbestedende overheid de bestreden gunningsbeslissing intrekt, verliest de verzoeker zijn belang bij de schorsingsvordering — maar de kosten vallen ten laste van de overheid
De Raad van State verwerpt de vordering tot schorsing van de gunning van een overheidsopdracht voor communicatiediensten voor Brugel als onontvankelijk, omdat de aanbestedende overheid de bestreden gunningsbeslissing heeft ingetrokken met terugwerkende kracht, zodat de verzoeker niet langer benadeeld is of dreigt te worden — maar de procedurekosten worden ten laste van de overheid gelegd, die door de intrekking als de in het ongelijk gestelde partij wordt beschouwd.
Que s'est-il passé ?
Brugel, de Brusselse regulator voor energie, organiseerde een openbare procedure voor de keuze van een communicatiebureau voor haar meerjarige massamediacampagnes (opdracht 2024005). Op 17 april 2024 gunde Brugel de opdracht aan Kwin en niet aan de nv The Crew. Die gunningsbeslissing werd op 18 april 2024 per e-mail en aangetekend schrijven aan The Crew meegedeeld. Op 3 mei 2024 vorderde The Crew de schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid bij de Raad van State. De zaak werd vastgesteld op 23 mei 2024. Op 14 mei 2024 deelde Brugel evenwel mee dat zij de aangevochten beslissing zou intrekken. De intrekking vond plaats op 21 mei 2024, met terugwerkende kracht tot op de datum van de oorspronkelijke gunningsbeslissing. De zaak werd vervolgens sine die uitgesteld. Pas op 28 mei 2025 werd de zaak opnieuw vastgesteld, met een zitting op 16 juni 2025. De Raad stelde vast dat de intrekking met terugwerkende kracht meebrengt dat de ingeroepen onwettigheden — zelfs als ze bewezen zouden zijn — de verzoekende partij niet hebben benadeeld en niet dreigen te benadelen. The Crew formuleerde ter zitting geen bijzondere opmerkingen op dat punt. De vordering tot schorsing werd onontvankelijk verklaard bij gebrek aan belang. Wat de kosten betreft, oordeelde de Raad dat Brugel — ondanks de verwerping van de vordering — als de in het ongelijk gestelde partij moet worden beschouwd wegens de intrekking van de aangevochten beslissing. The Crew vroeg een rechtsplegingsvergoeding van 700 euro 'vastgesteld op het basisbedrag', maar de Raad wees erop dat het basisbedrag sinds 9 juli 2022 geïndexeerd is tot 770 euro. Brugel werd veroordeeld tot betaling van het rolrecht (200 euro), de bijdrage (24 euro) en de rechtsplegingsvergoeding (770 euro). David De Roy zetelde als kamervoorzitter, bijgestaan door griffier Vincent Durieux. Adjunct-auditeur Philippe Nicodème gaf een eensluidend advies.
Pourquoi c'est important ?
Dit arrest illustreert een klassiek procedureel patroon: wanneer een aanbestedende overheid na het instellen van een schorsingsvordering de aangevochten gunningsbeslissing intrekt, vervalt het belang van de verzoeker bij de vordering. De intrekking met terugwerkende kracht heeft tot gevolg dat de bestreden beslissing geacht wordt nooit te hebben bestaan, zodat er geen benadeling meer is. Het arrest bevestigt tegelijk dat de intrekking van de aangevochten beslissing — ook al leidt die tot verwerping van de vordering — niet belet dat de overheid als de in het ongelijk gestelde partij wordt beschouwd voor de verdeling van de kosten. Het is in die zin een surrogaat van vernietiging: de verzoeker krijgt materieel gelijk, maar niet via een inhoudelijke beoordeling van zijn middelen.
La leçon
Als je als aanbestedende overheid beseft dat je gunningsbeslissing aanvechtbaar is en je trekt die in na het instellen van een schorsingsvordering, vermijd je een inhoudelijk arrest — maar je draagt wel de procedurekosten. En als verzoeker: wees je ervan bewust dat een intrekking door de overheid je vordering onontvankelijk maakt, ook al had je inhoudelijk sterke middelen. Je hebt dan geen arrest dat je middelen beoordeelt, enkel een kostenveroordeling ten laste van de overheid.
Posez-vous la question
Heb ik er rekening mee gehouden dat een intrekking van de gunningsbeslissing door de aanbestedende overheid na het instellen van mijn schorsingsvordering mijn vordering onontvankelijk kan maken — en heb ik overwogen of ik naast de schorsingsvordering ook een annulatieberoep moet instellen om mijn rechten volledig te vrijwaren?
À propos de cette base de données
Le Conseil d'État (Raad van State) est la plus haute juridiction administrative de Belgique. En matière de marchés publics — de l'attribution d'un contrat à l'exclusion d'un soumissionnaire — le Conseil d'État tranche en dernier ressort. Les arrêts de cette base de données sont résumés par TenderWolf en langage clair, avec des leçons pratiques pour les soumissionnaires et les pouvoirs adjudicateurs. Voir tous les arrêts →