Schorsing Nederlandstalig college

52% onder de raming en 35% onder de concurrent: 'geen abnormale prijs vastgesteld' is dan geen motivering

Arrest nr. 259723 · 14 mei 2024 · XIIe kamer

De Raad van State schorst de gunning van grafrestauratiewerken omdat de gemeente Zulte de opvallend lage prijs van de winnaar — 52,5% onder de raming en 34,7% onder de tweede inschrijver — in het gunningsverslag afdeed met de standaardzin 'geen abnormale totaalprijzen of eenheidsprijzen vastgesteld', zonder dat uit het dossier blijkt dat een werkelijk zorgvuldig algemeen prijsonderzoek plaatsvond.

Wat gebeurde er?

De gemeente Zulte schreef een onderhandelingsprocedure zonder voorafgaande bekendmaking uit voor de restauratie van elf grafmonumenten op de begraafplaats 'Machelen oud' — funerair erfgoed dus. Geraamd op 133.781 euro exclusief btw. Drie ondernemingen dienden een offerte in: nv M. (niet geselecteerd omdat ze de studiekwalificaties niet bijvoegde), nv A.V. (de verzoeker) en bv L.A. De gunningscriteria: prijs 30 op 100, conceptnota 60 op 100, uitvoeringstermijn en werfinrichting 10 op 100. L.A. bood 76.880,98 euro inclusief btw, A.V. 117.819,44 euro inclusief btw. Een verschil van 34,7% tussen beide offertes. L.A. lag 52,5% onder het ramingsbedrag; A.V. 27,2% eronder. Inhoudelijk scoorde A.V. beter op de conceptnota (60 op 60 tegen 50 op 60 voor L.A.): 'erg gedetailleerd', 'voorzichtigheid en deskundigheid', onder meer bij het herstel van barsten en stylolieten. Op uitvoeringstermijn scoorde L.A. iets beter (10 vs. 8). Totaal: L.A. 90%, A.V. 87,58%. Gunning: L.A. De verzoeker voerde aan dat de gemeente geen ernstig prijsonderzoek heeft gevoerd ondanks de schijn van abnormaliteit. De gemeente wees op art. 36, §6 KB Plaatsing 2017: het bijzonder onderzoek naar abnormale prijzen is niet verplicht bij een onderhandelingsprocedure zonder bekendmaking voor werken onder 500.000 euro. Dat klopt. Maar de Raad van State herinnert eraan dat het ALGEMEEN prijsonderzoek (art. 35 KB, art. 84 wet) wel altijd geldt — het maakt een inherent onderdeel uit van het regelmatigheidsonderzoek. Artikel 36 (bijzonder onderzoek) mag dan niet verplicht zijn, de aanbestedende overheid moet bij een zorgvuldige vaststelling van schijnbaar abnormale prijzen minstens die schijn onderzoeken en motiveren waarom ze die voorbij loopt. Een afwijking van 52,5% ten opzichte van de raming én 34,7% ten opzichte van de tweede inschrijver is, aldus de Raad, 'van aard om enige argwaan te doen wekken bij een zorgvuldige aanbestedende overheid'. Het gunningsverslag zelf vermeldt enkel: 'Er werden geen abnormale totaalprijzen of eenheidsprijzen vastgesteld.' Het administratief dossier bevatte wel een vertrouwelijk 'Intern nazicht der offertes' dat per graf de posten vergelijkt. Maar de Raad consulteert dat stuk en stelt vast: de enige inhoudelijke verklaring die het stuk biedt voor het prijsverschil, is dat A.V. telkens een 'extra conservatiestaat per graf' zou opnemen. Dat argument houdt geen stand: elke restaurateur dient logischerwijs eerst de conservatiestaat ter plaatse te evalueren vooraleer te restaureren. Van een zorgvuldig algemeen prijsonderzoek geeft noch het gunningsverslag, noch het dossier blijk. Middel ernstig. Schorsing bij UDN ingewilligd.

Waarom doet dit ertoe?

De onderhandelingsprocedure zonder voorafgaande bekendmaking onder 500.000 euro is populair voor kleinere werken — en veel aanbesteders denken dat ze daarmee ook vrijgesteld zijn van prijsonderzoek. Dat klopt niet. Artikel 36 (bijzonder onderzoek) is inderdaad niet verplicht. Maar artikel 35 (algemeen onderzoek) en artikel 84 van de wet blijven onverkort gelden. Concreet: wanneer een winnende offerte significant onder de raming én onder de andere inschrijvers ligt, moet het gunningsverslag méér bevatten dan de standaardzin dat er geen abnormale prijzen zijn vastgesteld. Het dossier moet laten zien dat er daadwerkelijk een zorgvuldige vergelijking heeft plaatsgevonden — en als er een substantieel verschil is, dat er een rationele, verdedigbare verklaring voor bestaat. Deze zaak is ook interessant omdat de Raad het vertrouwelijk intern nazicht wél consulteert: het volstaat niet om de motivering 'achter de hand' te houden in een intern stuk, als dat stuk zelf geen ernstig onderzoek aantoont.

De les

Als winnende offerte meer dan 25% onder de raming ligt en meer dan 20% onder de tweede inschrijver: documenteer je algemeen prijsonderzoek expliciet in het gunningsverslag. Vermeld per significant verschil een concrete, toetsbare verklaring — liefst gekoppeld aan objectieve elementen (minder kantinekosten, eigen materieel, efficiëntere uitvoering, lagere onderaannemingskosten). 'Geen abnormale prijzen vastgesteld' is een formule, geen motivering. En: de uitzondering van art. 36 §6 voor onderhandelingsprocedures onder 500k ontslaat je alleen van het BIJZONDER onderzoek — nooit van het algemeen onderzoek.

Te onthouden

  • Artikel 36, §6 KB Plaatsing 2017 ontslaat onderhandelingsprocedures zonder bekendmaking onder 500.000 euro (werken) enkel van het BIJZONDER prijsonderzoek — nooit van het algemeen onderzoek van art. 35 KB en art. 84 wet
  • Het algemeen prijs- en kostenonderzoek is een inherent onderdeel van het regelmatigheidsonderzoek en geldt altijd
  • Bij substantieel prijsverschil (>25% onder raming of >20% onder tweede inschrijver) moet het gunningsverslag expliciet motiveren waarom er géén schijn van abnormaliteit is
  • De standaardzin 'geen abnormale prijzen vastgesteld' is geen motivering — het dossier moet aantonen dat een ernstig onderzoek plaatsvond
  • Argumenten in een vertrouwelijk intern nazicht kunnen wel worden geconsulteerd, maar moeten inhoudelijk overtuigen

Waarop letten

  • Gunningsverslagen die over prijsonderzoek enkel de formule 'geen abnormale totaalprijzen of eenheidsprijzen vastgesteld' bevatten
  • Winnende offertes die fors onder de raming én fors onder de tweede inschrijver liggen zonder duidelijke verklaring
  • Aanbesteders die zich verschuilen achter de niet-toepasselijkheid van art. 36 om élk prijsonderzoek te vermijden
  • Verklaringen voor een prijsverschil die bij kritische lezing niet standhouden (bv. 'concurrent neemt extra werken op die niet verplicht zijn' terwijl die werken logisch onderdeel uitmaken van elke professionele aanpak)

Stel jezelf de vraag

Ligt de winnende offerte in jouw onderhandelingsprocedure meer dan 25% onder je raming én meer dan 20% onder de tweede inschrijver? Kun je in het gunningsverslag precies benoemen welke posten het verschil verklaren, en waarom dat verschil reëel en niet louter onderprijzend is? Als je antwoord 'we hebben geen abnormale prijzen vastgesteld' is: je hebt geen motivering, je hebt een formule.

Over deze databank

De Raad van State is het hoogste administratieve rechtscollege in België. Bij geschillen over overheidsopdrachten — van de gunning van een contract tot de uitsluiting van een inschrijver — is het de Raad van State die in laatste instantie oordeelt. De arresten in deze databank zijn door TenderWolf samengevat in begrijpelijke taal, met concrete lessen voor inschrijvers en aanbestedende overheden. Bekijk alle arresten →