Schorsing Franstalig college

De STIB reserveert een incasso-opdracht van 60.000 dossiers per jaar voor gerechtsdeurwaarders — maar vergeet te bewijzen waarom incassobureaus het niet zouden kunnen

Arrest nr. 265919 · 6 maart 2026 · VIe kamer

De Raad van State schorst de beslissing van de STIB om een incassobedrijf niet te selecteren voor een raamovereenkomst rond schuldvordering, omdat de STIB de markt exclusief reserveerde voor gerechtsdeurwaarderskantoren zonder afdoende te motiveren waarom die beperking van de mededinging gerechtvaardigd was.

Wat gebeurde er?

De STIB zoekt een gerechtsdeurwaarderskantoor voor de invordering van onbetaalde commerciële schuldvorderingen, boetes voor zwartrijders en administratieve sancties — samen goed voor zo'n 60.000 dossiers per jaar. In september 2025 keurt de raad van bestuur een marktbericht goed voor een raamovereenkomst via onderhandelingsprocedure met voorafgaande mededinging, gepubliceerd op Belgisch en Europees niveau. De titel luidt onomwonden: 'Étude d'huissiers de justice'. Venturis, een incassobedrijf, dient een kandidatuur in. Op 20 januari 2026 beslist de raad van bestuur van de STIB om Venturis niet te selecteren. Twee motieven: (1) de kandidatuur voldoet niet aan de selectiecriteria in het marktdocument, en (2) Venturis is geen gerechtsdeurwaarderskantoor en heeft dus geen toegang tot de markt. Venturis vecht de beslissing aan bij de Raad van State. Het kernargument: het werkelijke voorwerp van de opdracht is de invordering van schuldvorderingen — en gerechtsdeurwaarders hebben daarop geen monopolie. De STIB beperkt de mededinging kunstmatig door de markt te reserveren voor één beroepsgroep. De STIB verdedigt zich met het argument dat het merendeel van de prestaties gerechtelijke invorderingen betreft, waarvoor deurwaarders wél een wettelijk monopolie hebben. Ze wil met één aanspreekpunt werken — van het minnelijk tot het gerechtelijk traject — en vindt het onredelijk om de markt open te stellen voor bedrijven die voor het gerechtelijke deel toch onderaannemers zouden moeten inschakelen. De Raad van State vindt het middel ernstig. De STIB is als aanbestedende entiteit in een speciale sector gehouden om een reële en loyale mededinging te garanderen. Artikel 5 van de wet van 17 juni 2016 verbiedt om een opdracht zo op te vatten dat de mededinging kunstmatig wordt beperkt. De STIB onderbouwt haar stelling niet met concrete, pertinente en verifieerbare elementen. De bewering dat het merendeel van de dossiers gerechtelijke invorderingen betreft, wordt niet gestaafd. De doelstellingen van efficiëntie en vereenvoudigd beheer verklaren niet waarom andere actoren — eventueel met onderaanneming — die niet zouden kunnen realiseren. En de 'andere taken die de wet aan deurwaarders voorbehoudt' (zoals vaststellingen) lijken te beperkt en afscheidbaar om een algemene uitsluiting te rechtvaardigen. De schorsing wordt bevolen.

Waarom doet dit ertoe?

Dit arrest herinnert eraan dat een aanbestedende overheid — ook in de speciale sectoren waar ze een ruimere appreciatiemarge heeft — niet zomaar een volledige markt mag reserveren voor één beroepsgroep. Het feit dat bepaalde deelprestaties onder een wettelijk monopolie vallen, rechtvaardigt niet automatisch dat de hele opdracht wordt voorbehouden aan die beroepsgroep. Het mededingingsprincipe vereist dat de beperking proportioneel is en concreet gemotiveerd — niet met vage verwijzingen naar efficiëntie, maar met verifieerbare gegevens over de aard en omvang van de prestaties.

De les

Als aanbesteder: als je een opdracht wilt voorbehouden aan een specifieke beroepsgroep, zorg dan dat je concreet en verifieerbaar kunt aantonen waarom andere operatoren de opdracht niet zouden kunnen uitvoeren — ook niet via onderaanneming. Een verwijzing naar een gedeeltelijk wettelijk monopolie volstaat niet als het grootste deel van de prestaties ook door andere spelers kan worden uitgevoerd. Als inschrijver: als je wordt geweerd omdat je niet tot een bepaalde beroepsgroep behoort, check dan of de kern van de opdracht werkelijk onder het monopolie van die groep valt, of dat het eerder gaat om een kunstmatige beperking van de mededinging.

Te onthouden

  • Artikel 5 van de wet van 17 juni 2016 verbiedt de aanbesteder om een opdracht zo op te vatten dat de mededinging kunstmatig wordt beperkt — ook in de speciale sectoren.
  • Het reserveren van een opdracht voor één beroepsgroep (hier: gerechtsdeurwaarders) vereist een concrete en verifieerbare motivering waarom die beperking gerechtvaardigd en proportioneel is.
  • Het feit dat bepaalde deelprestaties onder een wettelijk monopolie vallen, rechtvaardigt niet automatisch dat de volledige opdracht wordt voorbehouden aan die beroepsgroep — zeker niet als het monopoliedeel beperkt of afscheidbaar is.
  • De stelling dat het merendeel van de prestaties onder het monopolie valt, moet worden gestaafd met concrete elementen — een niet-onderbouwde bewering volstaat niet, zelfs niet prima facie.
  • Doelstellingen van efficiëntie en vereenvoudigd beheer (één aanspreekpunt) verklaren op zichzelf niet waarom andere actoren — eventueel met onderaanneming — de opdracht niet zouden kunnen uitvoeren.

Waarop letten

  • De titel van de opdracht verraadt al de bedoeling: 'Étude d'huissiers de justice' in plaats van een neutraal omschreven voorwerp zoals 'diensten van schuldvordering'.
  • Het selectiecriterium 'beroepsbekwaamheid' wordt gebruikt om de toegang tot de markt te beperken tot één beroepsgroep, in plaats van te toetsen of de kandidaat de opdracht daadwerkelijk kan uitvoeren.
  • De aanbesteder beweert dat het merendeel gerechtelijke invorderingen betreft, maar onderbouwt dat niet met cijfers of statistieken.
  • De mogelijkheid van onderaanneming — waarbij een incassobureau voor het gerechtelijke deel een deurwaarder inschakelt — wordt genegeerd als alternatief.

Stel jezelf de vraag

Reserveer je een opdracht voor een specifieke beroepsgroep (deurwaarders, architecten, notarissen)? Kun je concreet aantonen — met cijfers en feiten, niet met algemeenheden — dat de kern van de opdracht onder het wettelijk monopolie van die groep valt? Of zou de opdracht ook door andere operatoren kunnen worden uitgevoerd, eventueel met onderaanneming voor de monopolie-prestaties?

Over deze databank

De Raad van State is het hoogste administratieve rechtscollege in België. Bij geschillen over overheidsopdrachten — van de gunning van een contract tot de uitsluiting van een inschrijver — is het de Raad van State die in laatste instantie oordeelt. De arresten in deze databank zijn door TenderWolf samengevat in begrijpelijke taal, met concrete lessen voor inschrijvers en aanbestedende overheden. Bekijk alle arresten →