Verwerping Franstalig college

'Onze onderaannemer is al bijna 60 jaar gespecialiseerd' verklaart geen rendement van 135 m²/dag

Arrest nr. 266182 · 24 maart 2026 · VIe kamer

De Raad van State verwerpt de schorsingsvordering van COMABAT omdat de sociale huisvestingsmaatschappij Sambre et Biesme terecht oordeelde dat de aangeboden schilderprijzen abnormaal laag waren: het rendement van 135 m²/dag dat de onderaannemer vooropstelde, was meer dan het dubbele van wat een interne technisch verantwoordelijke én een onafhankelijke architect als realistisch beschouwden.

Wat gebeurde er?

Op 22 mei 2025 schrijft de CVBA Sambre et Biesme, een Waalse sociale huisvestingsmaatschappij, een raamovereenkomst voor werken uit voor het renoveren van bewoonde en onbewoonde woningen — openbare procedure. De SA COMABAT dient een offerte in. Tijdens het prijsonderzoek vraagt Sambre et Biesme op 11 augustus 2025 eerst bijkomende inlichtingen (art. 35 KB 18 april 2017) voor drie schilderposten: post 237 (waterbasisverf op muren), post 238 (op plafonds) en post 239 (op houten oppervlakken). COMABAT antwoordt op 19 augustus met drie documenten: een ontleding van zijn eigen prijzen, de volledige prijsofferte van zijn onderaannemer en de prijsontleding van die onderaannemer. Op 28 augustus gunt Sambre et Biesme aan SOTRELCO. De Raad van State schorst die beslissing op 21 oktober 2025 (arrest nr. 264.595) en Sambre et Biesme trekt de gunning in op 4 november 2025. Op 7 november vraagt Sambre et Biesme een échte prijsverantwoording (art. 36 KB 18 april 2017) voor de drie verdachte posten. COMABAT stuurt exact dezelfde drie documenten terug. Op 22 januari 2026 gunt Sambre et Biesme opnieuw aan SOTRELCO en weert de offerte van COMABAT wegens drie motieven die elk afzonderlijk voldoende zijn: (1) COMABAT heeft geen nieuwe elementen aangebracht — onmogelijk om abnormaliteitsvermoedens te weerleggen met precies de stukken die ze hadden opgewekt; (2) de prijzen voor posten 237 en 238 liggen fors onder drie gezaghebbende prijspublicaties; (3) het rendement van 135 m²/dag per verflaag dat de onderaannemer vooropstelt, is onrealistisch. Volgens de technisch verantwoordelijke van Sambre et Biesme ligt het gebruikelijke rendement tussen 80 en 100 m²/dag. Een onafhankelijke architect bevestigt dat de courant waargenomen rendementen 8 tot 12 m²/uur bedragen (dus maximaal 96 m²/dag voor één laag, maximaal 48 m²/dag voor twee lagen). COMABAT vecht elk motief aan. Tegen motief 2: de prijzen van de andere inschrijvers liggen óók ver onder de referenties — als die aanvaard worden, waarom de hare niet (gelijkheidsbeginsel)? En in een ander, gelijktijdig gegund markt ('Cayats'-opdracht) werd een bijna identieke prijs zonder bezwaar aanvaard. Tegen motief 3: de onderaannemer is een 'betrouwbare en erkende onderneming in het vak' met bijna 60 jaar ervaring — waarom zou de technisch verantwoordelijke van Sambre et Biesme gelijk krijgen? De Raad van State houdt voet bij stuk. Motief 2: de feitelijke premisse van COMABAT klopt niet — ook andere inschrijvers (ID BAT) werden wél als abnormaal beoordeeld, terwijl SOTRELCO en SORWA met prijzen nabij de referenties geen vragen opriepen. Van ongelijke behandeling is geen sprake. Het 'Cayats'-markt is een gewone opdracht (geen raamovereenkomst) met andere technische clausules en zonder verplaatsingen tussen sites — niet vergelijkbaar. De beslissing om niet te steunen op het gemiddelde van de referenties maar op de referenties zelf is een keuze binnen de ruime beoordelingsmarge. Motief 3: de adviezen van de technisch verantwoordelijke en de architect zijn coherent, gedocumenteerd en onderling bevestigend. Dat de onderaannemer 60 jaar oud is, bewijst op zichzelf niets. COMABAT legt geen enkele concrete verantwoording voor die het aangehouden rendement van 135 m²/dag staaft — en gezien motieven 2 en 3 elk afzonderlijk volstaan, hoeft de Raad zelfs motief 1 niet te onderzoeken. Het enige middel is prima facie niet ernstig. Vordering verworpen. 996 euro kosten (rolrecht, bijdrage, rechtsplegingsvergoeding) ten laste van COMABAT.

Waarom doet dit ertoe?

Deze uitspraak toont concreet waar de bewijslast ligt bij een prijsverantwoording. Als de aanbestedende overheid je offerte verdacht vindt: dezelfde documenten twee keer terugsturen is géén verantwoording. Je moet stap voor stap de onderliggende economie van je prijs uitleggen: arbeidskost × rendement × materiaalprijs + marge. En je moet écht aantonen waarom jouw rendement afwijkt van wat gangbaar is. Een referentie naar een andere opdracht waar de aanbestedende overheid jouw lage prijs wél heeft aanvaard, helpt niet als die markten niet vergelijkbaar zijn — en 'pas d'égalité dans l'illégalité' (geen gelijkheid in onwettigheid) geldt voluit.

De les

Als je een prijsverantwoording krijgt onder art. 36: stuur niet de documenten terug die je onder art. 35 al had opgesteld. Bouw een nieuwe, gedetailleerdere verantwoording op die (1) je rendement cijfermatig onderbouwt, (2) je afwijking van gangbare referenties verklaart, en (3) je onderaannemer niet alleen bij naam noemt maar zijn concrete calculatie toont. 'Hij is 60 jaar ervaren' is geen argument, het is een introductie.

Te onthouden

  • Dezelfde documenten die de verdenking van abnormale prijs oproepen, kunnen die verdenking logischerwijs niet wegnemen.
  • Een zeer afwijkend rendement (hier 135 m²/dag voor verfwerk terwijl de norm 80-100 ligt) moet cijfermatig en met concrete bewijsstukken worden verantwoord — 'mijn onderaannemer is erkend en ervaren' volstaat niet.
  • Een vergelijking met een eerdere opdracht waar jouw lage prijs wél werd aanvaard, moet aantonen dat beide opdrachten in alle relevante aspecten vergelijkbaar zijn (type procedure, scope, logistiek, technische specificaties).
  • De aanbestedende overheid mag voor de vergelijking vertrekken van gezaghebbende prijspublicaties (niet van het gemiddelde van de ingediende offertes).
  • De aanbestedende overheid moet niet 'de motieven van de motieven' uiteenzetten: een coherent en gedocumenteerd intern advies, bevestigd door een onafhankelijke architect, volstaat.
  • 'Pas d'égalité dans l'illégalité': als andere inschrijvers in een andere opdracht met een onwettig lage prijs werden geaccepteerd, geeft dat geen recht op dezelfde behandeling in deze opdracht.

Waarop letten

  • Je tweede prijsverantwoording mag niet identiek zijn aan je eerste — dat is het snelste pad naar wering.
  • Rendementen die je onderaannemer oplegt zonder cijfermatige onderbouwing (uur/m², eenheidsprijs per post, realistische werktijd per site).
  • Argumenten gebaseerd op een 'vergelijkbaar' ander markt zonder dat je aantoont waarin beide markten effectief vergelijkbaar zijn.
  • 'Onze onderaannemer is gespecialiseerd en al X jaar actief' als enige kwaliteitsargument.
  • Een raamovereenkomst met verplaatsingen tussen vele sites vergt logistiekkosten die je in je rendementen moet integreren.

Stel jezelf de vraag

Kreeg je recent een prijsverantwoording binnen? Zet naast elk cijfer de bron: 'rendement x m²/dag → gebaseerd op [publicatie of interne tijdsmeting]', 'materiaalprijs → offerte nr. X van leverancier Y'. Als je die brontoetsing niet in minder dan een uur kunt maken, is je verantwoording te dun.

Gerelateerde arresten

Over deze databank

De Raad van State is het hoogste administratieve rechtscollege in België. Bij geschillen over overheidsopdrachten — van de gunning van een contract tot de uitsluiting van een inschrijver — is het de Raad van State die in laatste instantie oordeelt. De arresten in deze databank zijn door TenderWolf samengevat in begrijpelijke taal, met concrete lessen voor inschrijvers en aanbestedende overheden. Bekijk alle arresten →