Rejet Chambre néerlandophone

De correlatie tussen de aangeboden prijs en de diepgang van het plan van aanpak mag worden betrokken bij de kwalitatieve beoordeling — en het niet-abnormaal bevinden van de prijs staat daar niet aan in de weg

Arrêt nr. 264051 · 2 septembre 2025 · XIIe kamer

De Raad van State verwerpt de vordering tot schorsing van de gunning van een studieopdracht voor walstroom in een zeehaven, omdat (1) de aanbestedende overheid uit de correlatie tussen de lage prijs en het voorgestelde plan van aanpak mocht afleiden dat de studie met onvoldoende diepgang zou worden aangepakt — zonder daarmee de autonomie van de gunningscriteria te schenden — en (2) de vaststelling dat de prijs niet abnormaal is, niet tegenstrijdig is met de vaststelling dat het plan van aanpak onvoldoende diepgang vertoont: de prijs was normaal voor de voorgestelde aanpak, maar de aanpak zelf was ontoereikend.

Que s'est-il passé ?

De NV van publiek recht North Sea Port Flanders schreef een opdracht voor diensten uit — een technische studie voor de integratie van walstroom voor de zeevaart in een energiemanagementsysteem — via een mededingingsprocedure met onderhandeling, verdeeld in twee percelen. Zes inschrijvers dienden een offerte in voor perceel 1. Na onderhandelingen en een 'best and final offer' (BAFO) werd de opdracht gegund aan de gekozen inschrijver met een score van 79,58/100. De verzoekende partij — de BV Arcade Engineering — behaalde 72/100: de maximale score van 40/50 op prijs, maar slechts 15/35 op het subgunningscriterium 'Plan van aanpak' en 7/15 op 'Studieteam' — telkens de laagste score van alle inschrijvers, met een grote achterstand. De verzoekende partij voerde twee middelen aan. In het eerste middel betoogde zij dat de motivering ontoereikend was en de beoordeling onjuist. De Raad verwierp dit. De formele motivering was afdoende: per offerte waren de positieve en negatieve elementen beschreven waaruit de score volgde. De verzoekende partij kon daaruit afleiden waarom zij 15/35 kreeg. Wat de materiële motivering betreft, had de aanbestedende overheid een fundamentele kritiek geformuleerd: het plan van aanpak getuigde van een sterke onderschatting van de gevraagde diepgang en werkuren, er waren geen referenties voor de toepassing van het gehanteerde model op walstroomprojecten, en ook na de BAFO bleven er cruciale zorgen over de inschatting van de complexiteit. De verzoekende partij betwistte deze fundamentele kritieken niet en beperkte zich tot punctuele kritiek op geïsoleerde elementen — wat niet volstond om aan te tonen dat de aanbestedende overheid de grenzen van haar beoordelingsruimte had overschreden. Voor het subgunningscriterium 'Studieteam' waren de referenties van de door de verzoekende partij aangewezen expert beperkt tot conceptstudies die nog niet waren gerealiseerd, en kon tijdens het gesprek niet specifiek worden ingegaan op walstroom en de praktische implementatie — wat niet werd weerlegd. Het argument dat de lage score niet strookte met positieve opmerkingen tijdens de onderhandeling werd verworpen: onderhandelingen hebben niet tot doel een tweede kans te geven om de offerte te verbeteren. In het tweede middel betoogde de verzoekende partij dat de aanbestedende overheid de autonomie van de gunningscriteria had geschonden door de prijs te betrekken bij de kwalitatieve beoordeling van het plan van aanpak. De Raad verwierp ook dit. De aanbestedende overheid had niet de prijs op zich beoordeeld, maar had de correlatie gelegd tussen de aangeboden prijs en wat daarvoor in het plan van aanpak werd geboden. In een opdracht waarbij zowel prijs als kwaliteit worden beoordeeld, zoeken inschrijvers naar eigen inzicht een evenwicht: een lagere prijs met minder inzet van middelen, of een hogere kwaliteit. De verwerende partij had uit de prijs afgeleid dat de studie met onvoldoende diepgang zou worden aangepakt. Dat de prijs niet abnormaal was bevonden, stond daar niet aan in de weg: de prijs was correct in het licht van de voorgestelde aanpak, maar de aanpak zelf vertoonde onvoldoende diepgang.

Pourquoi c'est important ?

Dit arrest verduidelijkt twee belangrijke punten. Ten eerste: de aanbestedende overheid mag bij de kwalitatieve beoordeling van een offerte de correlatie leggen tussen de aangeboden prijs en de diepgang van het voorgestelde plan van aanpak. Dat is geen schending van de autonomie van de gunningscriteria — de overheid beoordeelt niet de prijs op zich, maar leidt uit de verhouding tussen prijs en voorgestelde aanpak af hoe diepgaand de studie zal zijn. Ten tweede: de vaststelling dat een prijs niet abnormaal is, is niet tegenstrijdig met de vaststelling dat het plan van aanpak onvoldoende diepgang vertoont. Een prijs kan normaal zijn voor wat de inschrijver voorstelt, terwijl wat hij voorstelt onvoldoende is. Het arrest bevestigt ook dat onderhandelingen niet tot doel hebben een tweede kans te bieden, en dat punctuele kritiek op geïsoleerde elementen niet volstaat wanneer de fundamentele kritieken op de offerte niet worden betwist.

La leçon

Als inschrijver: in een opdracht met prijs- en kwaliteitscriteria mag de aanbestedende overheid de correlatie leggen tussen je prijs en je voorgestelde aanpak. Een scherpe prijs bieden is een strategische keuze, maar als daaruit blijkt dat je de opdracht met minder diepgang zult aanpakken, kan dat je kwalitatieve score drukken — zelfs als je prijs niet abnormaal wordt bevonden. Besef ook dat onderhandelingen niet bedoeld zijn als tweede kans: als je tijdens het gesprek fundamentele vragen over je aanpak of ervaring niet overtuigend kunt beantwoorden, wacht dan niet tot de BAFO maar stuur je offerte bij. En als je een beoordeling wil aanvechten: betwist de kernkritiek, niet alleen de randopmerkingen. Als aanbestedende overheid: je mag uit de verhouding tussen prijs en voorgestelde aanpak afleiden hoe diepgaand een studie zal zijn. Maar formuleer dit helder in je gunningsverslag — leg uit dat je niet de prijs op zich beoordeelt, maar de correlatie tussen prijs en kwaliteit.

Posez-vous la question

Als ik inschrij met een competitieve prijs: heb ik in mijn plan van aanpak voldoende aangetoond dat ik de opdracht met de vereiste diepgang zal aanpakken — of kan de aanbestedende overheid uit de verhouding tussen mijn prijs en mijn voorstel afleiden dat ik de complexiteit van de opdracht onderschat? (Samenstelling: Geert Debersaques, kamervoorzitter; Bart Tettelin, griffier. Eensluidend advies van eerste auditeur Ines Martens.)

À propos de cette base de données

Le Conseil d'État (Raad van State) est la plus haute juridiction administrative de Belgique. En matière de marchés publics — de l'attribution d'un contrat à l'exclusion d'un soumissionnaire — le Conseil d'État tranche en dernier ressort. Les arrêts de cette base de données sont résumés par TenderWolf en langage clair, avec des leçons pratiques pour les soumissionnaires et les pouvoirs adjudicateurs. Voir tous les arrêts →